Dit is geen gewoon museum. Het is een bewoond huisje, doordrenkt met geschiedenis, waar de familie Serafiński nog steeds woont. Hier voel je de aanwezigheid van Jan Matejko en de held Witold Pilecki. Laat me je meenemen.
‘Koryznówka’ heet dat beeldschone huisje in het plaatsje Nowy Wiśnicz. Dit optrekje behoorde toe aan de familie van Jan Matejko. Hij kwam hier voornamelijk op vakantie en om tijd met de familie van zijn vrouw door te brengen. Aan de voorkant heb je twee kamers met memorabilia van deze Poolse kunstenaar, en aan de achterkant wonen de huidige eigenaars van het huisje.
De familieleden
Jan Matejko trouwde met Kornelia Teodora van Giebułtowska. Zijn vrouw groeide op met twee broers en een zus. Haar zus Joanna trouwde met Leonard Karol Serafiński, die Jan Matejko nog van zijn studietijd in Krakau kende en met hem goed bevriend raakte. Door de huwelijken werd hun vriendschappelijke relatie alleen maar sterker. De twee families brachten veel tijd door in dit vakantiehuisje, dat toebehoorde aan de familie Serafińscy.
In dit huisje kun je twee kamers bekijken: één kamer waar een piano en een stoeltje staan. Deze piano werd onder andere gebruikt door Jan Matejko (de zoon van een pianist) en zijn nichtje Stanisława Serafińska. Toen ik daar stond, kon ik de sfeer ‘zien’, ‘proeven’ en ‘ruiken’, dankzij de staat waarin het huisje verkeert. Alles is in originele staat en goed onderhouden. Als je beseft wat in Polen tijdens de Tweede Wereldoorlog eerst door de Duitsers en daarna door de Russen werd vernietigd of gestolen, is dit eigenlijk heel bijzonder. Ja, ik kon me in de tijd verplaatsen: de hele familie zat in deze kleine kamer en luisterde naar Chopin.

De tweede kamer diende als een kantoortje voor Stanisława Serafińska. Zij was het favoriete nichtje van Jan Matejko, en samen met haar speelde hij heel vaak piano. Hier schreef zij haar dagboek, dat een belangrijke bron van informatie over het leven van Jan Matejko is. Zij is het die de kunstenaar als jonge, prachtige vrouw op zijn schilderij vereeuwigde. Dit zorgde voor veel commotie in de familie. Na de Eerste Wereldoorlog werd haar portret gebruikt op het bankbiljet van 5 złoty (zie foto onder)

Het verhaal gaat door
De broer van Stanisława had vier kinderen. Tijdens de Tweede Wereldoorlog verleende zijn zoon hulp aan de Poolse soldaat Witold Pilecki (uitspraak: ‘Pieletski’). Deze beroemde Poolse soldaat nam een valse identiteit aan en liet zich vrijwillig aanhouden. Dit deed hij om de wereld te waarschuwen voor de gruwelijkheden in de Duitse vernietigingskampen.
Zijn valse identiteit was eigenlijk een toeval. In Warschau, in het appartement van een Poolse dokter, vond hij namelijk een identiteitskaart met de naam Tomasz Serafiński. Deze man verbleef daar in 1939 na de capitulatie van de hoofdstad. Hij besloot de naam van deze reserveofficier te gebruiken toen hij in september 1940 door de Duitsers werd gearresteerd.
Pilecki en Serafiński ontmoetten elkaar pas nadat Pilecki uit Auschwitz was ontsnapt. Toen Witold Pilecki de stad Bochnia bereikte (ongeveer 120 km van Auschwitz), vroeg hij om contact met de plaatselijke opperbevelhebber van het Binnenlandse Leger. Hij kreeg de gelegenheid om de interim-commandant in het plaatsje Nowy Wiśnicz te ontmoeten. Het bleek een man te zijn wiens identiteit hij eerder had aangenomen – Tomasz Serafiński, bijnaam Lisola. In het huis van Tomasz Serafiński vond Pilecki meer dan drie maanden een veilig onderkomen. Hier schreef hij de eerste versie van zijn rapport.
Dit verhaal vertelde Maria Serafińska, de dochter van Tomasz Serafiński.
Bóg zapłać!





