In juli kun je volop genieten van fraai bloeiende planten en struiken in het bos. Het is hartje zomer, en de geuren en kleuren zijn overal aanwezig. Ga naar het bos, neem je camera mee en geniet ervan. Dat heb ik gedaan. Ik heb veel nieuwe planten ontdekt.
Wist je dat veel van deze planten niet alleen mooi zijn, maar ook een belangrijke rol spelen in de traditionele geneeskunde? Elk van deze bloeiers heeft zijn eigen verhaal – van oogheelkunde tot spijsvertering, van huidverzorging tot mottenbestrijding.
Speerdistel – Ostrożeń lencetowaty
De speerdistel is een tweejarige plant. Het eerste jaar vormt zich een groot rozet van bladeren, die spinnenwebachtig behaard zijn. Het tweede jaar gaat deze plant de hoogte in en kan zelfs 1 à 2 meter hoog worden. De speerdistel bloeit in juli en augustus. De bloemhoofdjes zijn helder roze tot lichtpaars en zijn 3-5 cm lang.

De bloemhoofdjes lijken op kleine distels, maar hebben geen stekels. De plant is geliefd bij bijen en vlinders.
Knoopkruid – Chaber łąkowy
Het knoopkruid is een vaste plant dat uitbundig bloeit tussen juni en de herfst. De bloemen zijn paars of roze. Een gemakkelijk herkenbare eigenschap van het knoopkruid is de vorm van de omwindselblaadjes die om het bloemhoofdje zitten.

Het knoopkruid lijkt op de korenbloem, maar de bloemhoofdjes zijn kleiner en de omwindselblaadjes hebben een kenmerkende gezaagde rand. Het is een belangrijke nectarleverancier voor dagvlinders.
Citroengele honingklaver – Nostrzyk żółty
De citroengele honingklaver is een tweejarige of meerjarige, 30-150 cm hoge plant met lichtgele bloemen in slanke, losbloemige trossen. De plant kan stikstof uit de lucht binden en opslaan in de wortels. Bovendien wordt de plant in de kruidengeneeskunde gebruikt tegen ontstekingen.

De geur van de bloemen doet denken aan vers hooi. De plant wordt ook gebruikt als groenbemester en de gedroogde bloemen kunnen worden gebruikt in kruidenthee.
Moeraswalstro – Przytulia błotna
et moeraswalstro komt langs sloten en op vochtige plaatsen voor. De plant kan ruim een halve meter hoog worden en bloeit van mei tot en met september. Zijn witte bloempjes zijn schattig en maar een halve centimeter groot. Ze tellen vier kroonblaadjes die samen een kruisje vormen.


De schattige witte bloempjes zijn slechts 2-4 mm groot; je hebt een loep nodig om ze goed te bekijken! De wortelstok werd vroeger gebruikt om rode verfstof te maken.
Vlasbekje – Lnica pospolita
Het vlasbekje is een vaste plant uit de weegbreefamilie. Vanwege de structuur van de bloemen wordt de plant soms leeuwenbek genoemd, hoewel deze naam is gereserveerd voor een andere soort. De plant komt voor in bijna heel Azië en Europa, maar ook in Noord-Amerika.

De bloem heeft een bijzondere ‘bijval’ – alleen insecten die zwaar genoeg zijn, kunnen het onderlipje openen om bij de nectar te komen. De plant is giftig voor vee.
Prachtklokje of perzikbladklokje – Dzwonek brzoskwiniolistny
De naam zegt al genoeg: het prachtklokje… inderdaad. Een plant met prachtige bloemklokken. De bloemkroon is lilablauw, hemelsblauw of heel soms wit, en ongeveer 3-4 cm groot. Het prachtklokje komt voor in bossen en op beschaduwde plaatsen in bijna heel Europa; het komt ook voor in aangrenzend Azië. Je komt deze plant ook tegen in tuinen als verwilderde tuinplant.

De bloemklokken hangen knikkend aan de stengel. In Nederland en België is de plant zeldzaam geworden en staat hij op de Rode Lijst.
Moerasandoorn – Czyściec błotny
Deze plant heb ik al vorig jaar ontdekt en beschreven in ‘Wat bloeit er in augustus?‘ De moerasandoorn is een vaste oeverplant met wit en roze gevlekte lilakleurige bloemen. Deze bloemen lijken erg op orchideeën. De plant trekt hommels en bijen aan en bloeit van juli tot september. Hij heeft bovendien helende eigenschappen en kan worden toegepast bij auto-immuunziekten. Ooit werd het poeder van de moerasandoorn ingeademd tegen ontstekingen van het neusslijmvlies.

De paarse, orchidee-achtige bloemen zijn een lust voor het oog. De plant werd vroeger gebruikt tegen schurft en eczeem.
Puntwederik – Tojeść kropkowana
De puntwederik is een robuuste vaste plant met rechtopstaande stengels en fraaie gele bloemen. Deze plant kom je niet alleen in bossen tegen, maar ook in tuinen. De puntwederik bevat saponinen (zeepstof), waardoor hij in de huidverzorging gebruikt kan worden.

De plant is oorspronkelijk afkomstig uit Zuidoost-Europa. In Polen is hij een ingeburgerde exoot. De zaden worden verspreid door mieren
Grote wederik – Tojeść pospolita
De grote wederik bloeit met losse pluimen met vrolijke gele bloempjes en kan je zondagse wandeling opfleuren. De plant groeit op een natte bodem, langs rivieren en sloten. De grote wederik is rijk aan saponinen, waardoor het in de huidverzorging gebruikt kan worden.

De zaden zijn oliehoudend en werden vroeger gebruikt als vogelvoer. De plant is ook een waardplant voor de wederik-kokermot.
Borstelkrans – Klinopodium pospolite
De borstelkrans is een plant met een rijke bloei van roze bloemetjes die zeer ijverig worden bezocht door vlinders, bijen en hommels. De kelk van de bloem is tweelippig en behaard. De bladeren zijn ovaal met een gegolfde rand. De borstelkrans wordt ook in de kruidengeneeskunde gebruikt en werkt verzachtend bij spijsverteringsproblemen.

De plant is een van de belangrijkste nectarplanten voor de dagpauwoog en de atalanta. Jonge bladeren kunnen worden gebruikt als kruid (smaak naar munt en tijm).
Beklierde ogentroost of weide ogentroost – Świetlik łąkowy
Let op dat je deze plant niet mist tijdens je wandeling. Je moet goed bukken om dit schattige plantje te bekijken of een foto te maken. De beklierde ogentroost wordt 10 tot 20 cm hoog en is goed herkenbaar door witte drielippige bloemen met een opvallende gele vlek in het midden. In de kruidengeneeskunde wordt deze plant gebruikt bij oogirritatie of om de ogen te hydrateren. Er wordt ook onderzoek gedaan naar het gebruik bij de behandeling van staar en glaucoom.

De naam ‘ogentroost’ komt van het Latijnse Euphrasia (‘verheuging’). Vroeger geloofde men dat de plant oogziekten kon genezen. De plant is een halfparasiet en onttrekt water en voedingsstoffen aan grasachtige planten
Akkermunt – Mięta polna
De akkermunt was een grote verrassing tijdens mijn zondagse wandeling. Hoe ziet hij eruit? Hij heeft lichtgroene, zwaar bemoste bladeren en zeer decoratieve, paarse of roze bloemen. De etherische olie uit de bladeren wordt gebruikt in de chemische, farmaceutische, voedingsmiddelen- en tabaksindustrie, en ook in de parfumerie. Preparaten van deze plant verhogen de afscheiding van spijsverteringssappen. Verse bladeren van de akkermunt passen goed bij desserts zoals ijs, fruit en chocolade, en kunnen worden toegevoegd aan salades, dressings, dipsauzen en sauzen.

De akkermunt is een wilde verwant van de pepermunt; samen met watermunt speelt hij een belangrijke rol in de oorsprong van onze tuinmunt.
Lees mijn nadere berichten over dit onderwerp:





