Er zijn verschillende Joodse begraafplaatsen in Warschau en in Polen. Dit artikel gaat over de grootste Joodse begraafplaats in de woiwodschap Mazovië en de één na grootste begraafplaats in heel Polen. Hij bevindt zich in de Okopowastraat in Warschau. De begraafplaats heeft een oppervlakte van 33,5 ha en telt ongeveer 200.000 grafstenen (matzevot, meervoud van matzeva, hebreeuws voor grafsteen/ grafstenen).

Geschiedenis

1806-1918

In 1806 vroeg het bestuur van de Joodse gemeenschap in Warschau de toenmalige autoriteiten om toestemming om een ​​begraafplaats voor de Joodse bevolking in te richten. De toestemming werd nog in hetzelfde jaar verleend en de inrichting van de Joodse begraafplaats werd onmiddellijk gestart. De eerste officieel begraven persoon was Nachum, de zoon van Nachum uit Siemiatycze (overleden op 6 december 1806). Zijn grafsteen, waarschijnlijk gemaakt in 1807, is niet bewaard gebleven. De eerste vrouw die werd begraven was Elka Junghoff, de dochter van Jehuda Leib Mulrat uit Kalisz, echtgenote van de koopman Kacper Jezechiel Junghoff. De overlijdensdatum op haar grafsteen, 26 november 1804, is waarschijnlijk onjuist, aangezien de begrafenis dan twee jaar vóór de officiële opening van de begraafplaats zou plaatsvinden. De oudste grafsteen die bewaard is gebleven, is van Sarah, dochter van Eliezer (overleden op 8 september 1807).

De begraafplaats in Wola werd destijds gebruikt voor de rijkere Joden uit Warschau en omstreken (de armere Joden werden in het ander gedeelte van Warschau – Bródno – begraven). In de daaropvolgende jaren werd de begraafplaats uitgebreid en in verschillende onderdelen verdeeld, dat wil zeggen voor de orthodoxe en progressieve Joden. Ook werden een passage voor de overledenen kinderen ingericht.

1918-1939

Na het einde van de Eerste Wereldoorlog was de begraafplaats volledig gevuld. Er werd besloten om de grafstenen van de kinderen te verwijderen en hun rustplaats met één meter te verhogen. Deze plaats werd dan bestemd voor mensen ouder dan 50 jaar oud. Deze maatregel was noodzakelijk vanwege het gebrek aan ruimte op de begraafplaats. Het was tevens niet mogelijk om de begraafplaats verder uit te breiden. Rond deze tijd werden er 14 van dergelijke ophogingen uitgevoerd.

In het interbellum werd de gehele begraafplaats omheind met een hoge bakstenen muur.

In 1939 startte de bouw van het Mausoleum van Joodse Strijders voor de Onafhankelijkheid van Polen.

Tweede Wereldoorlog

Toen het Warschauer getto in november 1940 door de Duitse occupant werd opgericht, werd de begraafplaats in het getto ingelijfd om vervolgens in oktober 1941 van het getto gescheiden te worden. In de daaropvolgende jaren werden de vermoorde Joden daar massaal begraven. Voornamelijk in de zomer van 1942 tijdens de zogenaamde Große Aktion.

Het is ook benoemingswaard dat de begraafplaats als een belangrijke smokkelroute van voedsel naar het getto gebruikt werd. De Poolse organisatie Żegota maakte zich sterk om hun landgenoten zo veel mogelijk te helpen.

Op 15 mei 1943, na de liquidatie van het getto van Warschau werd het uitvaartcentrum samen met de synagoge door de Duitsers opgeblazen.

Op deze begraafplaats vind je hier en daar de Poolse vlaggetjes met een belangrijk symbool van het Poolse verzet, de anker (zie foto onder). Het is geplaatst op de grafstenen van de Joodse helden die tijdens de Opstand van Warschau (1944) de inwoners van Warschau hielpen zich van de Duitse bezetting te bevrijden.

Poolse vlaggen met het symbool van het verzet geplaatst bij de Joodse grafstenen

Tegenwoordig

Momenteel is de Joodse begraafplaats een waardevol monument van Warschau en maakt een belangrijk onderdeel van de geschiedenis van de stad en heel Polen. De begraafplaats dient nog steeds de Joodse gemeenschap uit Warschau en omgeving. Gemiddeld vinden er twee begrafenissen per maand plaats.

In juli 2014 werd de begraafplaats uitgeroepen tot historisch monument.

De begraafplaats is tevens opengesteld voor het publiek.

Matzevot op de Joodse begraafplaats in Warschau