Op 12 mei 1935 stierf Józef Piłsudski. Negen jaar eerder, tijdens de Meistaatsgreep, had hij de democratie met geweld ten val gebracht. Nu was hij weg – en Polen bleef achter met een leegte. Wie zou de Sanatie-dictatuur voortzetten?
De naam die al snel naar voren kwam, was die van een stille, artistieke generaal: Edward Rydz-Śmigły. Hij was geen geboren politicus. Hij was schilder, dichter, vrijmetselaar – en bovenal een soldaat die zijn hele carrière te danken had aan één man: Piłsudski.
Maar Rydz-Śmigły was ook de man die een concubine had die voor de inlichtingendienst werkte, die een koningszwaard naar Monaco smokkelde, en die als opperbevelhebber Polen in september 1939 naar de grootste nederlaag uit zijn geschiedenis leidde.
Dit is zijn verhaal – vanaf het keerpunt in 1926 tot zijn mysterieuze dood in een bezet Warschau.
1926 – De staatsgreep en de keuze voor Piłsudski
Dat keerpunt vond plaats in de turbulente meidagen van 1926, toen Piłsudski met geweld de democratisch gekozen regering ten val bracht. Rydz, op dat moment commandant van het Poolse leger in Vilnius, stond voor een dilemma
Een loyale soldaat uit Vilnius
In mei 1926 was Edward Rydz – hij had de toevoeging “Śmigły” nog niet officieel aangenomen – veertig jaar oud, een gerespecteerd generaal met een heldenverleden uit de Pools-Russische oorlog van 1919-1921. Hij was commandant van het Poolse leger in Vilnius, het huidige Vilnius in Litouwen.
Toen het nieuws Warschau bereikte dat Piłsudski in opstand was gekomen tegen de democratisch gekozen regering-Witos, moest Rydz een keuze maken.
Hij koos zonder aarzelen voor Piłsudski.
De mars naar Warschau
Rydz mobiliseerde zijn troepen en marcheerde met hen naar de hoofdstad. Zijn eenheden arriveerden op tijd om de opstandelingen te versterken in de bloedige straatgevechten die drie dagen lang woedden. Piłsudski vergat deze loyaliteit nooit. In de jaren die volgden, beloonde hij Rydz royaal. In 1929 werd Rydz benoemd tot Piłsudski’s plaatsvervanger voor alle oostelijke aangelegenheden. Een jaar later, in 1930, kreeg hij het bevel over de militaire inspectie – een van de machtigste posities in het land.
Waarom koos Rydz voor Piłsudski?
Waarom koos Rydz voor Piłsudski? In de eerste plaats uit persoonlijke loyaliteit. Rydz had tijdens de Eerste Wereldoorlog onder Piłsudski gediend in de Poolse Legioenen en vereerde de oude maarschalk als een vaderfiguur. Maar er speelde ook ambitie mee: wie tegen Piłsudski koos, verdween in de politieke wildernis. En ten slotte deelde Rydz Piłsudski’s minachting voor de “sejmokracie” – het parlementaire gekibbel dat Polen volgens hen lamlegde.
De keuze voor Piłsudski in mei 1926 was het beslissende moment in Rydz’ carrière. Zonder die keuze was hij een onbekende generaal gebleven.
Na Piłsudski’s dood: de machtsstrijd
Toen Piłsudski op 12 mei 1935 stierf, brak er een machtsstrijd uit binnen de Sanatie. Drie facties vochten om de macht. De eerste was president Ignacy Mościcki, het formele staatshoofd, een scheikundige zonder machtige achterban. De tweede was premier Walery Sławek, Piłsudski’s trouwste politieke medewerker, maar zonder militaire steun. De derde was generaal Edward Rydz-Śmigły, de populairste militair van Polen.
Rydz sloot een pact met Mościcki: Mościcki bleef president, maar Rydz kreeg de werkelijke macht. Sławek werd buitenspel gezet – hij zou later, in 1939, zelfmoord plegen.
De “tweede man in de staat”
Op 15 juli 1936 werd Rydz officieel uitgeroepen tot “tweede man in de staat na de president”. Op 10 november 1936 volgde de bevordering tot Maarschalk van Polen – de hoogste militaire rang.
Op diezelfde dag, 10 november 1936, deed Edward Rydz iets opmerkelijks dat buiten Polen nauwelijks werd opgemerkt, maar binnen het land een duidelijke politieke boodschap had. Hij veranderde de volgorde van zijn eigen naam. Voortaan zou hij zich niet langer Rydz-Śmigły noemen, maar Śmigły-Rydz.
Voor de Nederlandse lezer lijkt dit misschien een kleinigheid, een detail zonder betekenis. Maar in het Pools is het verschil groot. Rydz was zijn echte achternaam, de naam die hij van zijn vader had geërfd, de naam waarmee hij was opgegroeid en als jong officier bekendstond. Śmigły was de schuilnaam die hij tijdens de Eerste Wereldoorlog had aangenomen, een bijnaam die “wendbaar” of “snel” betekent en waarmee hij roem had vergaard in de legioenen van Piłsudski.
Door Śmigły vóór Rydz te plaatsen, koos hij ervoor om voortaan herinnerd te worden als de oorlogsheld, de man van actie, de trouwe soldaat van Piłsudski, in plaats van als de zoon van een overleden Oostenrijkse onderofficier uit Galicië. De naam Rydz – zijn vadersnaam, zijn burgerlijke identiteit – werd secundair. Hij profileerde zich niet langer als een gewone generaal, maar als een levend symbool van militaire kracht en nationale eenheid.
De beslissing was niet neutraal. Binnen de politieke elite van de Sanatie werd het gezien als een teken van groeiende arrogantie. Critici fluisterden dat Rydz zichzelf belangrijker maakte dan hij was, dat hij een persoonlijkheidscultus opbouwde die niet paste bij de nederige stijl van Piłsudski. Maar niemand sprak openlijk tegen hem. De maarschalk had het leger achter zich, en wie hem uitdaagde, riskeerde zijn carrière. Vanaf november 1936 heette de tweede man van Polen officieel Śmigły-Rydz – een naam die hij zelf had gecreëerd, als een kunstenaar die zijn eigen penseelstreken signeert.
De propagandamachine
Na de dood van Piłsudski in mei 1935 stonden de leiders van de Sanatie voor een groot probleem. Jarenlang hadden ze het hele land gedomineerd met één centraal beeld: dat van de oude maarschalk, de stichter van de onafhankelijkheid, de wijze geneesheer die het zieke Polen had gered van de parlementaire chaos. Piłsudski was geen politicus geweest, maar een vaderfiguur, een mythe. Zijn gezicht hing in elk klaslokaal, elk kantoor, elke kazerne. Zijn uitspraken waren wet. Zijn zwijgen was een gebod.
En toen was hij weg.
Het regime kon niet bestaan zonder een levend symbool. President Mościcki was een kleurloze scheikundige, geschikt om het land te leiden maar ongeschikt om de menigte te inspireren. Premier Sławek was een trouwe ambtenaar, maar zonder charisma. Iemand moest de leegte vullen, en die iemand werd Śmigły-Rydz – de populairste generaal van Polen, de overwinnaar van Vilnius, de man die de legioenen had aangevoerd.
De propaganda ging op volle toeren draaien. Overal in Polen verschenen portretten van de maarschalk in zijn militaire uniform, met de maarschalksstaf in zijn hand, kijkend naar de horizon met de blik van een man die de toekomst zag. Zijn portret hing voortaan naast dat van Piłsudski in alle overheidsgebouwen, scholen en kazernes. De staatskranten schreven dagelijks over zijn wijsheid, zijn bescheidenheid, zijn toewijding aan het vaderland. Dichters en liedjesschrijvers werden ingehuurd om gedichten en marsen te componeren waarin zijn naam bezongen werd. Bij openbare bijeenkomsten werd hij aangekondigd als de “natuurlijke erfgenaam” van de grote leider – alsof Piłsudski zelf hem had aangewezen, wat niet waar was.
Naprzód, żołnierze stara wiara, młode zuchy.
Za Śmigłym-Rydzem pomni jego w boju chwał…
(Voorwaarts, soldaten, oude garde, jonge helden.
Volg Śmigły-Rydz, gedenk zijn glorie in de strijd…)
Deze regels werden geschreven door dichter Henryk Zbierzchowski in 1937. Ze geven een indruk van de toon van de propagandamachine: heroïsch, dwingend, en vol vertrouwen in de maarschalk.
Deze campagne werd niet door iedereen gewaardeerd. Binnen de Sanatie waren er die vonden dat Rydz zichzelf te veel profileerde, dat hij een cultus om zijn eigen persoon opbouwde die de nagedachtenis van Piłsudski overschaduwde. Oudere politici herinnerden zich hoe Piłsudski elke vorm van persoonlijke verheerlijking had geweigerd – de oude maarschalk had nooit toegegeven dat hij een dictator was, ook al regeerde hij als zodanig. Rydz daarentegen leek de aandacht te zoeken. Hij poseerde voor fotografen, hield toespraken die door de radio werden uitgezonden, en reisde door het land om lof toe te juichen van de menigten.
Maar de propagandamachine was niet gestopt door deze kritiek. In tegendeel. De regering had Rydz nodig. Het leger was de enige instelling die het regime nog bijeenhield, en Rydz was de belichaming van dat leger. Zonder hem dreigde de Sanatie uiteen te vallen in ruziënde facties. Dus bleven zijn portretten hangen, bleven zijn daden worden bezongen, en bleef de mythe van Śmigły-Rydz groeien – tot de dag waarop die mythe zou botsen met de harde werkelijkheid van de Duitse tanks.
Een dictator zonder politiek talent
De mythe van Śmigły-Rydz was in 1936 op zijn hoogtepunt. Maar de werkelijkheid achter de propaganda was minder indrukwekkend. Rydz was een uitstekende brigadecommandant geweest en een goede legergeneraal, maar hij was geen politicus. Zijn opleiding was die van een soldaat, niet van een staatsman, en dat gebrek aan politiek inzicht zou Polen duur komen te staan in de jaren voorafgaand aan de oorlog.
Rydz dacht als een militair. Hij zag de wereld in termen van vijanden en bondgenoten, aanvalsplannen en verdedigingslinies. Maar de internationale politiek van de jaren dertig was geen militaire oefening. Het was een web van leugens, halve beloften en verschuivende allianties. Rydz begreep dat niet. Hij geloofde dat een sterk leger en een vastberaden houding voldoende waren om Hitler op afstand te houden. Hij overschatte de kracht van het Poolse leger – hij sprak wel eens over Polen als de “tweede militaire macht van Europa”, na Frankrijk maar boven Duitsland en de Sovjet-Unie – en onderschatte de Duitse agressie. Hij vertrouwde op de garanties van Frankrijk en Groot-Brittannië, alsof die landen in 1938 niet hadden bewezen dat ze Hitler niet durfden te stoppen.
Een diplomaat was hij niet. Rydz onderhandelde niet; hij beval. Hij legde zaken niet uit aan zijn westerse bondgenoten; hij verwachtte dat ze hem zouden volgen. Toen Polen in 1938 de regio Zaolzie van Tsjecho-Slowakije terugeiste – een gebied dat historisch en etnisch grotendeels Pools was, en dat in 1919 met geweld door de Tsjechen was ingenomen – deed hij dat zonder overleg met Parijs of Londen. De claim was gerechtvaardigd, de timing was rampzalig. Polen leek daardoor een medeplichtige van Hitler, niet een slachtoffer. Het vertrouwen van de westerse mogendheden was geschaad.
Rydz was niet slecht, hij was onervaren en vooral naïef. Hij had nooit geleerd wat een politicus moet kunnen: steun verwerven, bondgenoten overtuigen, de eigen zwaktes verbergen en de vijand uitspelen tegen zijn eigen bondgenoten. Hij was een soldaat die in vredestijd dictator werd, en toen de oorlog kwam, bleek hij niet meer te zijn dan een soldaat.
De ironie is dat Rydz zichzelf zag als de erfgenaam van Piłsudski. Maar Piłsudski was, ondanks al zijn fouten, een meesterpoliticus geweest. Hij had de legioenen opgericht, de staatsgreep gepland, de westerse mogendheden jarenlang tegen elkaar uitgespeeld. Rydz kon dat niet. Hij had alleen de mantel geërfd, niet het talent van de man die hem had gedragen.
Vooruitblik naar deel 2
De mythe van Śmigły-Rydz zou nog een paar jaar standhouden. Maar toen Hitler in september 1939 Polen binnenviel, stortte die mythe in elkaar. De maarschalk die zich had laten vereeuwigen als de redder van de natie, bleek niet in staat om die natie te verdedigen. Hij vluchtte naar Roemenië, liet zijn leger in de steek, en eindigde als een gebroken man in een bezet Warschau.
En dan was er nog Marta Thomas-Zaleska – zijn concubine, zijn spionne, de vrouw die met een koningszwaard naar Monaco ontsnapte. Over haar, en over de catastrofe van september 1939, gaat Deel 2 van deze serie.





