In 1922 schreef generaal Hans von Seeckt, hoofd van de Duitse Reichswehr, een geheim memorandum waarin hij stelde: “Het bestaan van Polen is ondraaglijk… Polen moet verdwijnen en zal verdwijnen.” Die woorden waren geen opwelling, maar het logische gevolg van een lange traditie. Al in de achttiende eeuw vergeleek de Pruisische koning Frederik de Grote Polen met “vuile apen” en meende hij dat iedereen met een achternaam die eindigt op ‘-ski’ slechts minachting verdiende.
Deze bijdrage brengt voor het eerst systematisch in kaart hoe Duitse en Pruisische leiders zich tegenover Polen hebben uitgelaten – van de verlichte despoten van de achttiende eeuw, via Bismarck en de Weimar-periode, tot de uiterst-rechtse partijen van de eenentwintigste eeuw.
Wat opvalt, is de opmerkelijke continuïteit. De taal verandert, de politieke context verschuift, maar het patroon blijft: Polen wordt neergezet als een tijdelijk, onwenselijk of inferieur fenomeen. Waar achttiende-eeuwse vorsten spraken over “Pools afval”, waarschuwden NPD en AfD in de eenentwintigste eeuw voor een “Poolse invasie” en eisten herstelbetalingen van Polen.
Tegelijk is er een belangrijke breuklijn. In de negentiende en vroege twintigste eeuw was anti-Poolse retoriek staatsbeleid – gedragen door kanseliers, generaals en koningen. Vandaag de dag komt zij vrijwel uitsluitend uit de hoek van politieke randgroepen, zij het met een groeiende invloed.
Deze geschiedenis is niet alleen een Duits fenomeen. Zij verklaart ook waarom Polen vandaag zo gevoelig reageert op Duitse inmenging – en waarom sommige Poolse politici Duitsland nog altijd gebruiken als het eeuwige vijandbeeld. Wie de retoriek van de afgelopen drie eeuwen kent, begrijpt waarom het wantrouwen zo diep zit.
In wat volgt, passeren de meest spraakmakende, schokkende en onthullende uitspraken.
Frederik de Grote: De kwestie van het apen-citaat
Frederik de Grote: De kwestie van het apen-citaat
Wat betreft Frederik de Grote en zijn vermeende uitspraken over Polen: de bronnen die ik raadpleeg, beschrijven het citaat “vuile apen” (“vile apes”) weliswaar, maar kunnen het niet met zekerheid bevestigen.
- Een citaat uit secundaire bronnen: Op de website van Esther M. Lederberg wordt expliciet gesteld dat Frederik de Grote in een brief uit 1735 naar Polen verwees als “vuil” en “gemene apen” (“dirty” and “vile apes”). Dezelfde bron noemt ook dat hij de Poolse samenleving “dom” vond en sprak van “slordig Pools afval” (“slovenly Polish trash”).
- Discussie over de betrouwbaarheid: Op een Wikipedia-overlegpagina uit 2013 wordt precies dit citaat uit 1735 ter discussie gesteld. Deelnemers aan het debat wijzen erop dat de oorspronkelijke bron (een Poolse publicatie uit 2000) moeilijk te verifiëren is. onder dat zou de bewering te controversieel zijn om als vaststaand feit te presenteren.
Conclusie voor Frederik de Grote: Er wordt in verschillende bronnen beweerd dat hij deze woorden heeft gebruikt, maar een direct, origineel document (in het Frans of Duits) dat dit bevestigt, ontbreekt vooralsnog in de beschikbare informatie. Het blijft een historische bewering die niet met absolute zekerheid is vastgesteld.
Otto von Bismarck: De meest systematische anti-Poolse politicus
Bismarck was als Ministerpresident van Pruisen (1862-1890) en later kanselier van het Duitse Rijk verantwoordelijk voor een consistente, harde lijn tegen de Poolse bevolking in de oostelijke provincies. Zijn retoriek was een mengeling van politieke afrekening, culturele superioriteit en expliciete dreigementen.
In zijn beroemde toespraak voor het Pruisische Huis van Afgevaardigden op 28 januari 1886 – – die hij hield naar aanleiding van de massale verdrijving van 35.000 Polen en Poolse Joden uit Pruisen in 1885 – deed Bismarck een opmerkelijke uitspraak over de eerdere koninklijke beloften aan de Poolse bevolking:
“Deze beloften, die de koning eervol heeft gedaan, zijn in de loop van de tijd volkomen onhoudbaar geworden, nietig en void, vanwege het gedrag van de bewoners van deze provincie. (…) Voor mijn part geef ik geen zier om een beroep op de proclamaties van die tijd.”
De context: Bismarck verwees hier naar de proclamaties van koning Frederik Willem III uit 1815, waarin aan de Poolse onderdanen bescherming van hun nationaliteit en taal was beloofd. Bismarck veegde deze beloften eenvoudig van tafel. Dit citaat veroorzaakte “grote onrust onder de Polen en in de Katholieke Centrumpartij”.
Citaat 2: “Sta op voeten van ijzer” – De aankondiging van gedwongen germanisering
Hetzelfde jaar, in dezelfde toespraak, kondigde Bismarck een van de meest vergaande maatregelen aan: de onteigening van Poolse grondbezitters ten behoeve van Duitse kolonisten. De Britse krant The Spectator berichtte hierover op 30 januari 1886:
“Hij verklaarde dat hij de Poolse provincies zou germaniseren, en dat als geen ander middel zou werken, hij de Poolse landeigenaren zou uitkopen onder een Onteigeningswet, en hun land aan Duitse pachters zou geven. (…) ‘We moeten laten zien dat we staan op voeten die niet van klei zijn, maar van ijzer.’
De context: Deze uitspraak leidde tot de oprichting van de Koninklijk Pruisische Ansiedlungskommission (Nederlands: Koninklijk Pruisische Vestigingscommissie) in 1886, met als doel Duitsers te vestigen in de oostelijke provincies ten koste van de Poolse bevolking.
Citaat 3: Polen als “sluipende dreiging” – De vrees voor een onafhankelijk Polen
Het Duits Historisch Museum vat Bismarcks diepere motivering samen:
“In een onafhankelijk Polen zag hij een bedreiging voor de nog jonge Duitse nationale staat.”
Bismarck vreesde dat een onafhankelijk Polen zou fungeren als “een Frans korps aan de Wisła” – een strategische bedreiging voor Duitsland. Dit leidde tot een beleid dat erop gericht was de Poolse bevolking te onderdrukken, wat volgens het museum leidde tot “groeiende saamhorigheid, zelfbewustzijn en verzet” van de Polen.
De Hakatisten (officieel: Deutscher Ostmarkenverein, DOV) vormen chronologisch gezien de volgende schakel na Bismarck van anti-Poolse retoriek. Zij vertegenwoordigen een bijzondere fase in de anti-Poolse retoriek omdat zij de overgang markeerden van staatsgeleide onderdrukking (Bismarck) naar burgerinitiatief met raciale ondertonen.
Hier zijn de belangrijkste bevindingen over de Hakatisten, direct uit de bronnen.
Wat waren de Hakatisten?
De Deutscher Ostmarkenverein (DOV) werd opgericht in 1894 en bestond tot 1934 . De naam “Hakatisten” was oorspronkelijk een Poolse scheldnaam, afgeleid van de beginletters van de drie oprichters: Hansemann, Kennemann en Tiedemann. De term werd later echter ook in delen van de Duitse pers gebruikt.
Het belangrijkste doel van de vereniging was het bestrijden van de Poolse bevolking in de oostelijke provincies van het Duitse Keizerrijk (Pruisen, West-Pruisen, Silezië). Vanuit een elitair en nationalistisch perspectief zagen zij de Polen als de “gevaarlijkste, verbetenste en fanatiekste vijand van het Duitse wezen”.
Het cruciale onderscheid: geen racisme, maar “Kulturnation”
Wat de Hakatisten fundamenteel onderscheidde van latere, radicalere bewegingen, is dat hun vijandschap tegenover Polen niet raciaal was. Zij beschouwden Polen niet als biologisch minderwaardig, maar als cultureel vijandig.
Het ging hen om de Kulturnation – de natie als cultuurgemeenschap. Iedereen die zich tot het “Duitse wezen” bekende en dit wilde verdedigen tegen het zogenaamd agressieve “Poolse wezen”, was welkom. Daarom accepteerden de Hakatisten joden als leden, iets wat in die tijd allesbehalve vanzelfsprekend was. Zelfs in 1933, toen de nazi’s al aan de macht kwamen, wilden zij zich niet van hun joodse leden scheiden.
Dit is geen detail. Het toont aan dat anti-Poolse retoriek in Duitsland ook kon bestaan zonder antisemitisme of anti-Slavisch racisme. De Hakatisten waren geen voorlopers van de Holocaust.
Maar: juist deze weigering om te radicaliseren maakte hen uiteindelijk irrelevant. Toen de nazi’s de macht grepen en raciale zuiverheid tot officiële beleidslijn verhieven, bleven de Hakatisten hangen in het Bismarck-tijdperk. Hun culturele superioriteitsdenken was niet radicaal genoeg voor de nieuwe tijd. De vereniging werd een anachronisme en verdween stilzwijgend uit het politieke landschap.
Hans von Seeckt: De architect van “Polen moet verdwijnen”
Na Bismarck is generaal Hans von Seeckt (1866-1936) de volgende schakel in de keten van Duitse anti-Poolse retoriek. Als chef van de Reichswehr (1919-1926) was hij de feitelijke leider van het Duitse leger in de Weimar-periode en een van de meest invloedrijke strategen van zijn tijd. Zijn uitspraken over Polen behoren tot de meest expliciete in deze geschiedenis.
Citaat 1: “Polen moet verdwijnen en zal verdwijnen”
Dit is het beroemdste en meest geciteerde statement van Von Seeckt. In een geheim memorandum uit 1922 schreef hij:
“Het bestaan van Polen is ondraaglijk, onverenigbaar met de essentiële levensvoorwaarden van Duitsland. Polen moet verdwijnen en zal verdwijnen.”
Hij voegde eraan toe dat de vernietiging van Polen “een van de fundamentele doelstellingen van het Duitse beleid moet zijn” , omdat met het verdwijnen van Polen “een van de sterkste pijlers van de Vrede van Versailles, de hegemonie van Frankrijk, zal vallen” .
Waarom anti-Pools? Von Seeckt ontzegt Polen hier niet alleen het bestaansrecht, maar maakt de vernietiging ervan tot een officiële beleidsdoelstelling van Duitsland. Polen wordt niet als een soevereine natie gezien, maar als een obstakel dat verwijderd moet worden.
Citaat 2: “Ik weiger Polen te steunen, ook als het wordt opgegeten”
In een brief aan generaal Von Massow van 31 januari 1920 – nog voordat de uitslag van de Pools-Russische oorlog bekend was – schreef Von Seeckt:
“Ik weiger Polen te steunen, ook al betekent dat dat Polen zal worden opgegeten. Integendeel, ik reken hierop.”
De context: Dit schreef Von Seeckt terwijl het Rode Leger oprukte naar Warschau.
Waarom anti-Pools? De uitspraak toont niet alleen vijandigheid, maar een bereidheid Polen bewust op te offeren aan een vijandige mogendheid – een vorm van landsverraad aan het adres van een buurland.
Citaat 3: Duitse troepen zouden Polen binnenvallen
De Deense Wikipedia (en andere bronnen) beschrijven dat Von Seeckt in februari 1920 een militair scenario schetste: indien de geallieerden (Frankrijk, België etc.) Duitsland vanuit het westen zouden binnenvallen als reactie op Duitse herbewapening of het niet nakomen van verdragsverplichtingen, dan zouden Duitse troepen in het oosten Polen binnenvallen en proberen verbinding te maken met de Sovjet-Unie.
“Hij zei dat als de geallieerden Duitsland zouden binnenvallen, de Duitse troepen in het oosten Polen zouden binnenvallen en zouden proberen verbinding te maken met de Sovjet-Unie.”
Waarom anti-Pools? Dit is geen retoriek, maar een concreet oorlogsplan. Polen wordt niet alleen verbaal aangevallen, maar wordt expliciet genoemd als het eerste doelwit van een Duitse militaire aanval.
Citaat 4: Polen als obstakel voor Duits-Russische samenwerking
De historicus Andrzej Pomian beschrijft Von Seeckts strategische visie:
“Von Seeckt was een voorstander van nauwe samenwerking met Rusland, met elk Rusland. Zijn doel was de eliminatie van het onafhankelijke Polen, de terugkeer naar de gemeenschappelijke Duits-Russische grens en de vernietiging van de Versailles-orde.”
Waarom anti-Pools? Polen wordt hier gereduceerd tot een geografisch obstakel dat verwijderd moet worden om een grotere machtsconfiguratie mogelijk te maken. De Poolse bevolking en haar rechten tellen niet mee.
Von Seeckt was de man die de stap zette van onderdrukking (Bismarck) naar vernietiging van de staatssoevereiniteit. Zijn uitspraken zijn bijzonder betekenisvol omdat ze niet afkomstig zijn van een extremistische randfiguur, maar van de hoogste militaire leider van de legitieme Duitse regering in de Weimar-periode.
1925 – Gustav Stresemann en zijn anti-Poolse uitspraken
Gustav Stresemann, de Duitse minister van Buitenlandse Zaken en rijkskanselier uit de Weimar-periode, was een meester van diplomatieke dubbelzinnigheid: naar het Westen toe presenteerde hij zich als vredestichter, maar in het geheim en tegenover Polen sprak hij de taal van de nationalist en revanchist.
Hier zijn de meest concrete citaten en standpunten van Stresemann over Polen uit 1925.
Citaat 1: Over het gebruik van geweld tegen Poolse inwoners
In een toespraak voor de Reichstag op 6 augustus 1925 sprak Stresemann over de uitzetting van Polen uit Duitsland, als vergelding voor de uitzetting van Duitsers uit Polen:
“We zullen geweld gebruiken bij het verdrijven van Poolse inwoners van het Rijk, maar alleen wanneer Polen geweld begint te gebruiken tegen onze landgenoten.”
Hij voegde eraan toe dat het duidelijk in Duitslands belang was “dat niet wij, maar Polen geweld zou toepassen” — een cynische strategie om Polen als agressor te laten verschijnen.
Citaat 2: De weigering om de oostgrens te erkennen
Op 18 mei 1925 verklaarde Stresemann voor de Reichstag dat er niemand in Duitsland was die de oostgrens als onveranderlijk kon accepteren:
“Er is niemand in Duitsland die zou kunnen erkennen dat de oostgrens, getrokken in flagrante tegenspraak met het zelfbeschikkingsrecht der volkeren, een voor altijd onveranderlijk feit is. Er kan daarom voor Duitsland geen regeling van de veiligheidskwestie in aanmerking komen die een hernieuwde erkenning van deze grens in zich zou sluiten.”
Citaat 3: De drie grote taken (brief aan de kroonprins)
In een geheime brief aan kroonprins Wilhelm van Pruisen op 7 september 1925 legde Stresemann zijn ware buitenlandse agenda bloot. Hij noemde drie grote taken voor de Duitse politiek.
- “De oplossing van de herstelkwestie in een voor Duitsland dragelijke zin en de verzekering van de vrede, die de voorwaarde is voor een herstel van Duitsland.”
- “De bescherming van de Duitsers in het buitenland, die tien tot twaalf miljoen stamgenoten die nu onder een vreemd juk in vreemde landen leven.”
- “De correctie van de oostgrenzen: de herovering van Danzig, van de Poolse Corridor en een correctie van de grens in Opper-Silezië. Op de achtergrond staat de aansluiting van Duits-Oostenrijk.”
Deze brief is bijzonder onthullend omdat Stresemann hier, ver van de publieke aandacht, het ware revanchistische doel van Duitsland opsomde: de vernietiging van de soevereiniteit van Polen. Hoewel hij de locatieovereenkomsten in het Westen (met Frankrijk) ondertekende, weigerde hij pertinent garanties voor de oostgrens met Polen te geven.
In tegenstelling tot Von Seeckt, die openlijk schreef dat “Polen moet verdwijnen”, was Stresemann een diplomaat die dezelfde doelen nastreefde, maar met fluwelen handschoenen. Hij werkte aan de diplomatieke en economische versterking van Duitsland, terwijl hij consequent iedere vorm van erkenning van de Pools-Duitse grens weigerde en achter de schermen plannen smeedde voor “correctie”. Zijn retoriek richtte zich minder op scheldwoorden en meer op het delegitimeren van de Poolse staat als een “fout” van het Verdrag van Versailles die later rechtgezet moest worden.
De nazi-periode (1933-1945) markeert de radicale verschuiving van politieke vijandigheid naar raciaal-ideologische vernietigingspolitiek. Waar Von Seeckt nog streefde naar de vernietiging van de Poolse staat, viseerden de nazi’s de vernietiging van de Poolse natie als biologisch collectief. Hier zijn de belangrijkste citaten en beleidsdocumenten, direct uit de bronnen.
Adolf Hitler: De architect van de vernietigingspolitiek
Citaat 1: “Polen mag niet verduitst worden” – de raciale grondslag (1939)
In een definitie van het nationaalsocialistische beleid tegenover de veroverde Polen, reeds in 1939 geformuleerd, stelde Hitler:
“Nationaal beleid in nationaalsocialistische zin mag niet streven om Polen te behandelen met de bedoeling er uiteindelijk Duitsers van te maken. Dit beleid moet in plaats daarvan vreemde elementen afzonderen, zodat de voortdurende besmetting van het bloed van onze natie wordt voorkomen, of hen volledig van het land en het bezit verwijderen, zodat het door onze burgers kan worden overgenomen.”
Waarom anti-Pools? Dit is geen tactische of politieke uitspraak, maar een raciaal programma. Polen worden niet als ‘minderwaardig’ beledigd; ze worden gedefinieerd als een biologisch besmettingsgevaar dat verwijderd moet worden.
Citaat 2: “De basis voor de actie tegen Polen was gelegd” – de retrospectieve rechtvaardiging
Na de inval in Polen in september 1939 pochte Hitler dat de eerdere annexaties (Oostenrijk, Tsjecho-Slowakije) noodzakelijke opstapjes waren geweest:
“[Hitler] pochte dat het de Oostenrijkse en Tsjecho-Slowaakse triomfen waren waardoor ‘de basis voor de actie tegen Polen was gelegd’.”
Waarom anti-Pools? Het toont aan dat de vernietiging van Polen geen reactie was op actuele gebeurtenissen, maar een langgepland onderdeel van de nazi-expansie: eerst de Duitstalige gebieden “redden”, dan Polen.
Heinrich Himmler: De technocraat van de genocide
Citaat 3: 80% van de Polen moet verdwijnen (mei 1940)
In een memorandum getiteld “De behandeling van vreemde nationaliteiten in het Oosten” specificeerde Himmler de nazi-intenties:
“In mei 1940 specificeerde Heinrich Himmler de nazi-intenties met betrekking tot Polen in een memorandum […] waarin hij de intentie onthulde om 80% van de inwoners van Polen te verwijderen en zijn grondgebied te koloniseren met een Duitse bevolking.”
Waarom anti-Pools? Dit is geen losse uitspraak, maar een concreet plan met een percentage. De Polen worden gereduceerd tot een getal: 80% moest weg, de rest mocht blijven als slavenarbeiders voor de nieuwe Duitse meesters.
Citaat 4: “Duizenden leidende Polen neerschieten” – de executies
In een toespraak tot SS-officieren, kort na de overval op Polen, zei Himmler over de “moeilijke” taken in Polen:
“Precies hetzelfde gebeurde in Polen bij een temperatuur van 40 graden onder nul, waar we duizenden, tienduizenden, honderdduizenden moesten wegvoeren; waar we de hardheid moesten hebben — u zou dit moeten horen maar ook weer vergeten — om duizenden leidende Polen neer te schieten.”
Waarom anti-Pools? Himmler beschrijft hier de systematische liquidatie van de Poolse elite (intelligentsia, leiders, priesters) als een normaal onderdeel van de bezetting. Hij erkent het zelf als extreem, maar eist ‘hardheid’.
Hans Frank: De sadistische bewindvoerder van het “Generalgouvernement”
Hans Frank was de door Hitler aangestelde gouverneur-generaal van het bezette Polen (het zogenaamde “Generalgouvernement”). Zijn dagboeken en toespraken, later gebruikt als bewijsmateriaal in Neurenberg, behoren tot de meest expliciete anti-Poolse documenten.
Citaat 5: “Polen kan alleen worden bestuurd door meedogenloze uitbuiting” (3 oktober 1939)
In een interview, kort na zijn benoeming, legde Frank zijn bestuursfilosofie uit:
“Polen kan alleen worden bestuurd door het land te gebruiken middels meedogenloze uitbuiting, deportatie van alle voorraden, grondstoffen, machines, fabrieksinstallaties enz. die belangrijk zijn voor de Duitse oorlogseconomie. […] Het belangrijkste in Franks opinie was het feit dat door het vernietigen van de Poolse industrie, de wederopbouw ervan na de oorlog moeilijker, zo niet onmogelijk zou worden, zodat Polen zou worden teruggebracht tot zijn juiste positie als een agrarisch land dat afhankelijk zou zijn van Duitsland voor de invoer van industriële producten.”
Waarom anti-Pools? Frank wil Polen niet alleen beroven, maar structureel onmogelijk maken om ooit nog een normale economie te hebben. Polen moet eeuwig afhankelijk blijven van Duitsland.
Citaat 6: “Mijn relatie met de Polen is als die tussen mier en plantenluis” (19 januari 1940)
Tijdens een conferentie van afdelingshoofden in Krakau legde Frank zijn cynische visie uit:
“Mijn relatie met de Polen is als de relatie tussen mier en plantenluis. Wanneer ik de Polen op een behulpzame manier behandel, als het ware op een vriendelijke manier kietel, dan doe ik dat in de verwachting dat hun werkprestaties in mijn voordeel werken. Dit is geen politiek maar een puur tactisch-technisch probleem. […] In gevallen waar ondanks al deze maatregelen de prestaties niet toenemen, of waar de geringste daad mij aanleiding geeft om in te grijpen, zou ik niet eens aarzelen om de meest draconische actie te ondernemen.”
Waarom anti-Pools? Frank presenteert de Polen niet als mensen, maar als insecten die je knijpt voor hun sap. Het is een van de meest onthullende metaforen van de nazi-visie op Slavische volkeren als ongedierte.
Citaat 7: “Ik zou niet aarzelen een terreurregime te beginnen” (8 maart 1940)
Een maand later, in dezelfde setting, werd Frank nog explicieter:
“Wanneer er ook maar de geringste poging van de Polen is om iets te beginnen, zal een enorme campagne van vernietiging volgen. Dan zou ik er niet voor terugdeinzen een terreurregime te beginnen, of de consequenties ervan te vrezen.”
Citaat 8: “Wanneer een Duitser wordt doodgeschoten, zullen tot 100 Polen worden doodgeschoten” (15 januari 1944)
Tegen het einde van de oorlog, toen het verzet toenam, verklaarde Frank in Krakau:
“Ik heb niet geaarzeld te verklaren dat wanneer een Duitser wordt doodgeschoten, tot 100 Polen zullen worden doodgeschoten.”
Waarom anti-Pools? Dit is de officiële vastlegging van het collectieve verantwoordelijkheidsprincipe – Polen worden als collectief gestraft voor daden van individuen.
Citaat 9: “Voor mijn part kan er gehakt van de Polen worden gemaakt” (Time Magazine, 1945)
Time Magazine citeerde Frank uit de Neurenbergse processen met een van zijn eerdere uitspraken:
“Toen hij gouverneur-generaal van Polen was, merkte Hans Frank op: ‘Voor mijn part kan er gehakt van de Polen worden gemaakt.'”
Waarom anti-Pools? Dit citaat vat de sadistische minachting samen die Frank voor Polen koesterde. In Neurenberg zou hij later berouw tonen, maar de woorden staan vast.
Erhard Wetzel en Günther Hecht: De bureaucraten van de genocide
Deze relatief onbekende namen zijn cruciaal omdat zij de technische plannen schreven die Himmlers visie uitvoerbaar maakten.
Citaat 10: 19 tot 23 miljoen Polen moeten worden gedeporteerd (1942)
In een commentaar op het “Generalplan Ost” (Meesterplan Oost) van de SS berekenden Wetzel en Hecht de aantallen:
“Het plan is om 80‒85% van de Polen te verdrijven […] De Reichsveiligheidshoofdkantoren berekenden dat tussen de 19 en 23 miljoen Polen zouden moeten worden verdreven, terwijl slechts 3 tot 4,8 miljoen Polen in de Duitse nederzettingsgebieden zouden blijven. Op basis van wat tot nu toe is vastgesteld onder de plattelandsbevolking van Danzig-West-Pruisen en de Warthegau (Poznań) is het percentage Polen dat racial geschikt is om te worden gemaniseerd ongeveer 3%.”
Waarom anti-Pools? Dit is de technocratische taal van genocide. Mensen worden gereduceerd tot percentages: 97% moet weg, de rest mag blijven als slaven. De term “racial geschikt” is de pseudo-wetenschappelijke rechtvaardiging.
Hans-Adolf von Moltke: De propagandist van de vervalste agressie
Citaat 11: “Bewijsmateriaal” voor de Poolse “aanval” op Duitsland (september 1939)
In een propagandafoto na de inval toont de voormalige Duitse ambassadeur in Polen, Hans-Adolf von Moltke, aan buitenlandse journalisten zogenaamd archiefmateriaal uit Warschau dat Polen verantwoordelijk zou maken voor de oorlog:
“In deze foto toont de voormalige Duitse ambassadeur in Polen, Hans-Adolf von Moltke, buitenlandse journalisten archiefmateriaal uit Warschau als ‘bewijs’ van Polens verantwoordelijkheid voor de oorlog.”
Waarom anti-Pools? Dit toont de retorische strategie van de nazi’s: Polen werd niet aangevallen, Polen viel aan. De “Poolse agressie” was volledig verzonnen (de bekende falsificatie van de zender in Gliwice), maar diende om het Duitse volk en de internationale gemeenschap te overtuigen van de rechtvaardigheid van de vernietiging.
De anti-Poolse propagandacampagne van 1939
Het United States Holocaust Memorial Museum documenteert de systematische mediacampagne die aan de inval voorafging:
“Gedurende de zomer van 1939 instrueerde het propagandaministerium de Duitse pers om verhalen te plaatsen die angst voor Polen aanwakkerden. De artikelen bevatten overdreven beweringen over Poolse wreedheden tegen etnische Duitsers die in West-Polen woonden. Alle Duitse kranten, of ze nu onafhankelijk waren of onder controle van de nazipartij, waren verplicht de verhalen te plaatsen.”
De bredere context: wat betekende dit voor Polen?
De anti-Poolse retoriek werd gevolgd door daden:
- ntelligentsia-liquidatie: “Het klinkt wreed,” zei Hitler naar verluidt tegen Hans Frank, “maar dat is de wet van het leven.” Alle universiteiten en middelbare scholen werden gesloten.
- Terreur als systeem: Elke Duitser kon elke Pool neerschieten zonder gevolgen.
- Ontvoering van kinderen: 250.000 Poolse kinderen die “raciaal verwant” werden geacht, werden ontvoerd naar Duitsland voor “re-germanisering”.
- Honger als wapen: Polen kregen de helft van de Duitse voedselrantsoenen; naar schatting stierven bijna 2 miljoen Polen tijdens de oorlog (exclusief de joodse bevolking).
Na de Tweede Wereldoorlog: van overheidsbeleid naar randgroepen
Na 1945 verschuift de anti-Poolse retoriek in Duitsland radicaal van karakter. Waar zij in de negentiende en vroege twintigste eeuw staatsbeleid was – gedragen door kanseliers, generaals en koningen – komt zij vanaf de tweede helft van de twintigste eeuw vrijwel uitsluitend uit de hoek van politieke randgroepen. Dit is precies de breuklijn die u in uw inleiding schetst.
De periode na de Tweede Wereldoorlog kent twee fasen:
- De Koude Oorlog (1945-1989/90): Polen valt onder Sovjet-invloed, de Oder-Neissegrens wordt erkend (uiteindelijk), en anti-Poolse retoriek is taboe in de officiële West-Duitse politiek vanwege de historische schuld.
- De periode na de Duitse hereniging (1990-heden): De retoriek komt terug, maar uitsluitend van extreem-rechtse partijen zoals de NPD, DVU en sinds 2013 de AfD (Alternative für Deutschland).
Hieronder volgt een chronologisch overzicht van de belangrijkste anti-Poolse uitingen na 1945.
De Koude Oorlog (1945-1989): een relatief stille periode
In de eerste decennia na de oorlog was anti-Poolse retoriek in West-Duitsland politiek onaanvaardbaar. De Bondsrepubliek erkende de Oder-Neissegrens echter pas officieel in 1970 (onder kanselier Willy Brandt) en definitief pas in 1990 in het kader van de Duitse hereniging. Daarvoor bleef er een officiële terughoudendheid – geen scheldwoorden, maar ook geen onvoorwaardelijke acceptatie van de naoorlogse grenzen.
In Polen was het beeld omgekeerd: daar bleef het wantrouwen tegen Duitsland officieel beleid. Pas in 1989, aan de vooravond van de hereniging, verklaarde de nieuwe Poolse minister van Buitenlandse Zaken Skubiszewski dat de Duitsers “het recht van zelfbeschikking, ook over hun lot als staat” hebben – een breuk met het eerdere standpunt dat Duitsers “geen recht van spreken meer hadden”
De jaren 1990-2000: NPD en DVU
In de decennia na de hereniging bleven anti-Poolse uitingen beperkt tot de extreme rand. Partijen als de NPD (Nationaldemokratische Partei Deutschlands) en DVU (Deutsche Volksunion) gebruikten regelmatig anti-Poolse stereotypen in hun campagnes, maar bleven politiek gemarginaliseerd. Er zijn uit deze periode geen breed gedocumenteerde citaten die de lading dekken van eerdere figuren als Von Seeckt of Bismarck.
De AfD-periode (2013-heden): de nieuwe drager van anti-Poolse retoriek
Sinds de oprichting van de Alternative für Deutschland (AfD) in 2013 is deze partij de belangrijkste drager geworden van anti-Poolse retoriek in Duitsland. De AfD is inmiddels de grootste oppositiepartij in de Bondsdag en staat volgens peilingen rond de 26%. Dit maakt haar niet langer een “randgroep” in de strikte zin, hoewel zij door de Duitse binnenlandse inlichtingendienst (Verfassungsschutz) deels als rechtsextremistisch wordt geclassificeerd.
Hier zijn de meest spraakmakende anti-Poolse uitspraken van AfD-politici:
“Poles are the African Americans of Europe” – Fabian Keubel (november 2025)
De AfD-activist Fabian Keubel veroorzaakte een politieke storm met de volgende uitspraak:
“Poles simply see themselves as a great, deeply sympathetic victim of European history. Victimhood is their national identity. They are basically Europe’s Afro-Americans.”
Waarom anti-Pools? Keubel reduceert de Poolse nationale identiteit tot een slachtoffercomplex en impliceert dat Polen hun lijden (inclusief de nazi-bezetting) instrumentaliseren in plaats van het te verwerken.
Beatrix von Storch – taalrechten van de Duitse minderheid in Polen / Silezië
In het Europees Parlement heeft Von Storch zich herhaaldelijk uitgelaten over de rechten van de Duitstalige minderheid in Polen, waarbij zij vaak een Duits-nationalistisch perspectief innam.
De AfD maakt zich structureel zorgen over de situatie van de Duitse minderheid in Polen en gebruikt dit om Polen te delegitimeren. Dit past in een breder patroon: waar eerdere Duitse politici (zoals Stresemann) openlijk streefden naar “correctie van de oostgrenzen”, gebruikt de AfD nu de retoriek van “bescherming van minderheden” om historische grieven te herhalen zonder de grenzen direct te betwisten.
Het gaat hier om het idee dat Duitsland nog altijd een bijzondere verantwoordelijkheid heeft voor “Duitse stamgenoten” in voormalig Duits grondgebied – in dit geval Silezië. Dit is een klassieke revisionistische tactiek.
Toen AfD-politica Beatrix von Storch zich in het Europees Parlement uitsprak tegen het aanleren van de Silezische taal, wees de Poolse parlementariër Arkadiusz Mularczyk haar er echter prompt op dat er miljoenen Polen in Duitsland wonen – en dat ook zij het recht hebben hun eigen taal te leren en te spreken.
Jürgen Elsässer op X – “Poland is a danger to Germany”
Jürgen Elsässer, hoofdredacteur van het tijdschrift Compact (geen formeel AfD-lid, maar nauw verbonden aan de Duitse AfD-scene en regelmatig aangehaald door AfD-politici), schreef het volgende: “Poland is a danger to Germay, not Russia. Please withdraw the Bundeswehr from the Baltikum and station it at the Oder”.

Tabel: Drie eeuwen Duitse anti-Poolse retoriek
| Periode | Figuur / Entiteit | Anti-Pools narratief (kern van de retoriek) | Typische citaten / voorbeelden |
|---|---|---|---|
| 18e eeuw | Frederik de Grote (Pruisische koning) | Polen als cultureel inferieur, vies en dom; minachting voor Poolse namen en gewoonten | “vuile apen”, “gemene apen”, “slordig Pools afval”, “iedereen met een naam op -ski verdient minachting” (bron: brief 1735) |
| 19e eeuw | Otto von Bismarck (Pruisische minister-president, Duits kanselier) | Polen als vijandige bevolking die moet worden gegermaniseerd; ontzegging van eerdere koninklijke beloften | “deze beloften zijn nietig en void”, “ik geef geen zier om de proclamaties”, “Poolse provincies germaniseren”, “staan op ijzeren voeten” (toespraak 1886) |
| 1894-1934 | Hakatisten (Deutscher Ostmarkenverein) | Polen als de “gevaarlijkste vijand van het Duitse wezen”; culturele superioriteit (Kulturnation), geen racisme | “tegenover u staat de gevaarlijkste, verbetenste en fanatiekste vijand: het Poolse volk” |
| Weimar-periode | Gustav Stresemann (Rijkskanselier, minister van Buitenlandse Zaken) | Polen als een fout van Versailles; weigering de oostgrens te erkennen; geheime revanchistische agenda | “er is niemand in Duitsland die de oostgrens kan erkennen”, “correctie van de oostgrenzen: herovering van Danzig en de Corridor” (brief aan kroonprins, 1925) |
| Weimar-periode | Hans von Seeckt (Chef van de Reichswehr) | Polen moet als staat verdwijnen; militaire vernietiging is beleidsdoel | “Polen moet verdwijnen en zal verdwijnen”, “ik weiger Polen te steunen, ook al wordt het opgegeten” (memorandum 1922, brief 1920) |
| Nazi-periode | Hitler, Himmler, Frank e.a. | Polen als biologisch inferieur; vernietiging van de Poolse natie als collectief is het doel | “Polen mag niet verduitst worden – vreemde elementen moeten worden verwijderd” (Hitler), “80% van de Polen moet verdwijnen” (Himmler), “voor mijn part kan er gehakt van de Polen worden gemaakt” (Frank) |
| 1945-1990 | Officieel taboe (Koude Oorlog) | Geen staatsretoriek; erkenning van schuld en grenzen (Brandt, 1970; herenigingsverdrag, 1990) | Geen anti-Poolse staatsretoriek; echter geen verontschuldigingen |
| 21e eeuw | AfD (Alternative für Deutschland) – Keubel, Elsässer, Von Storch e.a. | Polen als slachtoffercomplex, bedreiging voor Duitsland, revisionisme via “minderhedenbescherming”, omkering van schuld | “Polen zijn de Afro-Amerikanen van Europa” (Keubel), “Poland is a danger to Germany” (Elsässer), zorgen over taalrechten Duitse minderheid/Silezië (Von Storch) |
De kern van het anti-Poolse narratief verschuift van culturele minachting (18e eeuw) naar onderdrukking en germanisering (19e eeuw) naar vernietiging van de staat (Weimar) naar vernietiging van de natie (nazi’s) naar revisionisme en delegitimering (21e eeuw). De constante factor: Polen wordt consequent neergezet als een onwenselijk, tijdelijk of inferieur fenomeen.
Samenvatting: het patroon in één oogopslag
Polen wordt consequent neergezet als een tijdelijk, onwenselijk of inferieur fenomeen. De taal verandert, de politieke context verschuift, maar het patroon blijft: ontkenning van bestaansrecht, delegitimering, omkering van daderschap, en instrumentalisering van minderheden. Wat ooit staatsbeleid was, is nu de retoriek van een groeiende oppositiepartij





