Als je in de Poolse geschiedenis op zoek gaat naar een van de meest verguisde en tegelijk meest fascinerende vrouwen, dan kom je vrijwel direct uit bij Bona Sforza. Ze was Italiaanse, maar werd koningin van Polen. Ze bracht de glans van de renaissance mee, maar werd door latere Poolse geschiedschrijvers neergezet als belichaming van intrige en vergif. Ze zette haar hele leven in om haar zoon de troon te bezorgen, maar raakte uiteindelijk met hem in conflict en stierf eenzaam in den vreemde — vermoord, zo wordt algemeen aangenomen, door een van haar eigen vertrouwelingen. En haar meest blijvende erfenis in Polen? Een simpel pakketje soepgroenten: włoszczyzna.

Een onrustige jeugd in Milaan, een hofopleiding in Napels

Bona werd op 2 februari 1494 geboren. Haar vader was Gian Galeazzo Sforza, hertog van Milaan; haar moeder was Isabella van Aragon, een dochter van het huis van Napels. Haar jeugd was allesbehalve rustig. Al enkele maanden na haar geboorte werd haar vader — vermoedelijk vergiftigd door zijn oom — dood aangetroffen, en haar moeder vluchtte met haar weg uit Milaan. Bona groeide op in een Italië dat verscheurd werd door de oorlogen tussen Frankrijk en Spanje; ballingschap, intrige en overleven waren de constante achtergrond van haar kinderjaren.

Maar haar moeder Isabella gaf de opvoeding van haar dochter niet op. Bona kreeg les van humanisten als Crisostomo Colonna en Antonio de Ferraris, las Vergilius, Cicero en de kerkvaders, sprak Latijn en Spaans, en werd onderwezen in geschiedenis, recht, bestuur en theologie. Haar leermeesters beschreven haar als uitzonderlijk begaafd — een jonge vrouw die niet alleen gevormd was door de renaissance, maar die ook begreep hoe macht werkte.

Een huwelijk dat Polen binnenhaalde in Europa

In 1518, op 24-jarige leeftijd, trouwde Bona in Krakau met de Poolse koning Zygmunt I Stary (Sigismund I de Oude), die toen 51 was. Het was een politiek huwelijk, maar ook een culturele gebeurtenis van formaat: met Bona kwam een stoet Italiaanse hovelingen, kunstenaars, architecten en musici naar Krakau. De Poolse hofcultuur onderging een renaissance-transformatie. Bona bracht Italiaanse mode, Italiaanse tuinen, Italiaanse keukengewoonten en Italiaanse administratieve praktijken mee.

Ze kregen samen zes kinderen, van wie er één jong stierf. Haar oudste zoon, Zygmunt August, zou later koning worden — en juist die opvolging zou Bona’s leven gaan bepalen.

De mythe van de groenten: włoszczyzna

Het woord włoszczyzna betekent in het Pools tegenwoordig een pakketje soepgroenten — meestal wortel, peterselie, selderij en prei. Letterlijk betekent het “iets Italiaans”: het is afgeleid van Włochy, de Poolse naam voor Italië.

De populaire legende wil dat Bona Sforza deze groenten naar Polen bracht. Maar historici zijn daar voorzichtig mee. Onderzoeker Jarosław Dumanowski stelt dat veel van deze groenten — kool, bloemkool, sla — al lang vóór Bona in Polen bekend waren. Wat Bona mogelijk wél introduceerde of populair maakte, waren destijds exotischere gewassen zoals artisjokken en asperges. Het woord włoszczyzna had oorspronkelijk een veel bredere betekenis: het verwees naar alles wat Italiaans was — de taal, de gewoonten, de kleding. Pas later werd het specifiek gebruikt voor die Italiaanse groenten, en nog later voor het standaardpakket soepgroenten dat je nu in elke Poolse supermarkt vindt.

Dus: Bona was een Italiaanse koningin in Polen, en haar naam is voor altijd verbonden aan het woord voor “soepgroenten”. Maar of ze die wortels en selderij nu écht in haar koffers had, is zeer de vraag. Het is een mooi verhaal — maar de geschiedenis is weerbarstiger dan de legende.

De “vergiftigster” van Polen

Bona’s reputatie in de Poolse geschiedschrijving is opvallend negatief. Ze wordt beschreven als hebzuchtig, machtsbelust en geneigd tot intrige. Ze verwierf enorme landgoederen in Litouwen en Polen, en werd beschuldigd van het vergiftigen van tegenstanders. Of dat waar is, is nooit bewezen — maar het zegt veel over hoe een machtige, buitenlandse vrouw in een door mannen gedomineerde politieke cultuur werd gezien.

Feit is dat Bona een scherp politiek instinct had. Ze probeerde de positie van haar zoon te versterken, soms tegen de wens van de Poolse adel in. Ze mengde zich actief in de verkiezing van de koning en in de benoeming van ambtenaren. Dat maakte haar invloedrijk — en dus gevaarlijk in de ogen van haar tegenstanders.

Het einde: terug naar Italië, en een fatale erfenis

Na de dood van haar echtgenoot in 1548 verliet Bona Polen. Ze keerde terug naar Italië, naar Bari, dat ze als weduwegoed had verkregen. Daar leefde ze in relatieve afzondering, maar niet in armoede: ze beheerde haar enorme vermogen en bleef politiek actief.

In 1557 werd ze ernstig ziek. Ze werd verzorgd door haar hofarts, maar het vermoeden bestaat dat ze werd vergiftigd door een van haar eigen vertrouwelingen — mogelijk met medeweten van haar zoon, die op haar erfenis aasde. Ze stierf op 19 november 1557 in Bari. Haar dood is nooit volledig opgehelderd, maar het verhaal van de Italiaanse koningin die in Polen werd verguisd en in Italië werd vergiftigd, is een van de meest tragische in de Poolse geschiedenis.

Een erfenis van tegenstrijdigheden

Bona Sforza laat een dubbelzinnige erfenis achter. Aan de ene kant bracht ze de renaissance naar Polen, verrijkte ze de hofcultuur en liet ze een blijvende stempel achter op de Poolse keuken — al is dat laatste deels mythe. Aan de andere kant werd ze door haar tijdgenoten en door latere geschiedschrijvers neergezet als een buitenlandse indringster die Polen wilde beheersen.

Misschien is dat wel de kern van haar verhaal: Bona was een vrouw die in een mannenwereld macht wilde uitoefenen, en die daarvoor werd gestraft met een reputatie die ze nooit meer kwijt kon raken. Haar naam leeft voort in włoszczyzna — een woord dat “Italiaans” betekent, maar inmiddels onlosmakelijk verbonden is met de Poolse keuken. Een mooier eerbetoon had ze zich bijna niet kunnen wensen: haar Italië zit nog elke dag in de Poolse soep.