Onder het decorum van het diplomatieke bezoek – zoals dat van Friedrich Merz aan Ankara – ligt een menselijke realiteit van miljoenen verhalen. Het is de realiteit van de grootste Turkse diaspora ter wereld, in Duitsland. Deze massale aanwezigheid is het directe gevolg van een politieke keuze uit 1961, maar de weg ernaartoe werd geplaveid door Pruisische generaals, Duitse ingenieurs aan de legendarische Bagdadspoorweg en een gezamenlijke, desastreuze nederlaag in de Eerste Wereldoorlog. Het moderne Duitsland en Turkije zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden door een geschiedenis die begon toen beide nog keizerrijken waren.
Militaire samenwerking en missies: de Pruisische stempel op het Ottomaanse Leger
De Duits-Turkse band ontstond niet pas in de jaren zestig, maar eind 19e eeuw in Ottomaanse legerbarakken. Ottomaanse rekruten oefenden toen al op Pruisische commando’s, nog vóór de eerste gastarbeiders naar Duitsland kwamen. Deze militaire samenwerking legde de basis voor een bondgenootschap en vormde het Turkse officierskorps – een erfenis die tot in de seculiere republiek doorwerkte.
De samenwerking begon toen het Ottomaanse Rijk in verval was. Na een zware nederlaag tegen Rusland in 1829, vroeg sultan Mahmoed II hulp aan de jonge Pruisische officier Helmuth von Moltke. Zijn jaren daar (1835-1839) waren frustrerend; in zijn brieven beschreef hij vooral corruptie en chaos. Maar zijn scherpe analyse wees precies de zwakke plekken aan die latere Duitse adviseurs probeerden te verbeteren. Moltke’s inzicht was duidelijk: voor modernisering was niet alleen nieuwe militaire techniek nodig, maar een complete hervorming van het officierskorps.
De volgende grote stap kwam na een nieuwe nederlaag tegen Rusland in 1878. In 1882 nam de Pruisische luitenant-kolonel Colmar von der Goltz de leiding over. Hij moderniseerde het leger fundamenteel door Pruisische krijgsscholen en een generale staf in te voeren. Zijn idee was revolutionair: een modern, patriottisch leger moest de staat redden. Dit sprak de ‘Jonge Turken’ enorm aan. Via hen werd de Pruisisch-Duitse militaire doctrine de kern van de moderne Turkse staat.
De samenwerking bereikte een hoogtepunt vlak voor de Eerste Wereldoorlog. In 1913 kreeg de Duitse generaal Otto Liman von Sanders het bevel over een Ottomaans legerkorps. Zijn macht was zo groot dat het bijna een diplomatieke crisis veroorzaakte. Toen de oorlog uitbrak, koos het Ottomaanse Rijk, beïnvloed door decennia van Duitse training en een pro-Duits leger, de kant van Berlijn. De Pruisische invloed was nu geen training meer, maar geopolitiek fei
De militaire missies vormden vooral een culturele overdracht. Pruisische ideeën over discipline, planning en een sterk staatsleger werden ingeprent bij de Turkse officierselite. Toen Atatürk – zelf opgeleid in deze traditie – de republiek stichtte, gebruikte hij deze principes voor zijn seculiere staat. De paradox: de basis voor het moderne Turkije werd voor een belangrijk deel gelegd door Duitse officieren in Ottomaanse dienst.
Conclusie in één zin: De Turken werden door de Pruisen/Duitsers opgeleid om een modern, Pruisisch-stijl leger te worden, wat het Ottomaanse Rijk primair als een afschrikking tegen Rusland beschouwde, maar wat Duitsland vooral zag als een middel om een blijvende militaire en geopolitieke bondgenoot te creëren.
Economische en infrastructuurprojecten: de Bagdadspoorweg als symbool
De militaire missies vormden de Ottomaanse geest, maar het was de Bagdadspoorlijn die de Duits-Ottomaanse samenwerking zichtbaar maakte. Meer dan rails alleen was dit een prestigeproject dat Duitsland een vaste plek gaf in het Midden-Oosten en de Europese grootmachten tegen elkaar uitspeelde.
Het Duitse ‘Drang nach Osten’ op Rails
De militaire invloed werd gevolgd door een economische. Het Duitse Keizerrijk, dat laat meedeed in de koloniale race, zag het Ottomaanse Rijk als zijn invloedssfeer. Het doel was een Duits machtsblok van ‘Hamburg tot de Perzische Golf’. De spoorlijn was hiervoor de slagader. In 1903 kreeg een consortium, geleid door de Deutsche Bank, de concessie voor de lijn van Constantinopel naar Bagdad. Dit project toonde de perfecte samenwerking tussen Duits staatsbelang en kapitaal: bankiers, ingenieurs en diplomaten werkten zij aan zij.
Een technisch mirakel en een politiek mijnenveld
De aanleg was een technisch huzarenstuk vol immense uitdagingen:
– topografie: Het doorkruisen van het Taurusgebergte vereiste tientallen tunnels en bruggen;
– klimaat: Woestijnzand, overstromingen en extreme temperaturen eisten hun tol;
– logistiek: Alle materialen, van rails tot locomotieven, moesten vanuit Duitsland worden aangevoerd.
Maar de grootste hindernissen waren politiek. Groot-Brittannië zag de lijn als een directe bedreiging voor zijn invloed in de Perzische Golf en zijn toegang tot India. Rusland en Frankrijk, medeaandeelhouders in de Ottomaanse Staatsschuld, vreesden voor hun financiële en politieke invloed. Dit leidde tot jarenlange diplomatieke crises, onderhandelingen over tracés en financiële garanties. De spoorlijn werd zo een barometer van de Europese spanningen die naar de Eerste Wereldoorlog leidden.
Toen de oorlog uitbrak in 1914, was de lijn nog lang niet voltooid. De ontbrekende schakels in het Taurusgebergte werden een kritieke logistieke belemmering voor de Centrale Mogendheden. Desalniettemin bewees het bestaande netwerk zijn waarde voor de Ottomanen bij het transport van troepen naar fronten zoals Palestina en de Kaukasus. De uiteindelijke voltooiing zou pas in 1940 plaatsvinden, door een opvolgerstaat (de Republiek Turkije) en een heel ander Duitsland (Nazi-Duitsland).
Trouwens, de Eerste Wereldoorlog liep voor het Ottomaanse Rijk catastrofaal af, zowel militair, demografisch als territoriaal. Het resultaat was de volledige ineenstorting van het eeuwenoude rijk en de geboorte van een nieuwe, veel kleinere natiestaat na een bittere onafhankelijkheidsoorlog.
Tweede Wereldoorlog – een pragmatische en ambivalente dans
Het bondgenootschap in WOI was diep en ideologisch, maar de samenwerking in WOII was vooral pragmatisch. Waar het Ottomaanse Rijk zich in 1914 volledig achter Duitsland schaarde, voerde Turkije onder president İnönü nu een uiterst voorzichtige politiek. Het bleef tot 1945 neutraal door een precair evenwicht te bewaren tussen de As-mogendheden en de Geallieerden. Het was geen alliantie, maar een berekende dans om buiten de oorlog te blijven..
De Turkse positie werd niet gedreven door ideologische affiniteit met het nazisme, maar door existentiële angst, met name voor de Sovjet-Unie. De herinnering aan de Russische expansiedrift en de recente territoriale aanspraken van Stalin (op de Bosporus en gebieden in Oost-Anatolië) waren vers in het geheugen. Het Turkse beleid, “aktif tarafsızlık” (actieve neutraliteit), had één doel: voorkomen dat het land opnieuw een slagveld werd en zijn jonge, nog kwetsbare soevereiniteit behouden.
Het dieptepunt – of hoogtepunt – van de Duits-Turkse samenwerking kwam op 18 juni 1941, slechts vier dagen voor de Duitse invasie van de Sovjet-Unie. Het “Vriendschaps- en Non-Aggressiepact” tussen Ankara en Berlijn was een tactische triomf voor Hitler. Het garandeerde de zuidelijke flank van Operatie Barbarossa en voorkwam dat Turkije, dat een formeel bondgenootschap met Groot-Brittannië en Frankrijk had, zich bij de Geallieerden zou voegen. Voor Duitsland was de symbolische waarde enorm: het leek de geest van het oude bondgenootschap nieuw leven in te blazen.
De praktische samenwerking draaide om twee zaken:
Economische afhankelijkheid: Turkije was ’s werelds grootste leverancier van chroomerts, een onmisbaar metaal voor de Duitse wapenindustrie. Ondanks toenemende geallieerde druk bleef deze cruciale handelsstroom tot ver in 1944 bestaan. Het was Turkije’s voornaamste onderhandelingswapen en bewijs van “goede wil” naar Berlijn.
Inlichtingenarena: Istanbul werd een broeinest van spionage, waarbij Duitse, Britse en Sovjet-agenten elkaar in cafés en hotels bespioneerden. De Duitsers gebruikten Turkije als uitvalsbasis voor inlichtingenoperaties in het Midden-Oosten.
De samenwerking kende een diep moreel dieptepunt in februari 1942. De MV Struma, een gammele boot met 781 Joodse vluchtelingen uit Roemenië, kreeg van de Turkse autoriteiten, die de relaties met Duitsland niet wilden verstoren, geen toestemming om door te varen. Het schip werd de Zwarte Zee op gesleept, waar het door een Sovjetonderzeeboot werd getorpedeerd. Slechts één persoon overleefde. Dit incident illustreert de harde realiteit van de Turkse neutraliteit: overleven ging boven humanitaire principes.
Na de Duitse nederlaag bij Stalingrad (1943) kantelde de balans. Onder immense druk van de oprukkende Geallieerden verbrak Turkije in augustus 1944 de diplomatieke en economische betrekkingen met Duitsland. De ultieme, bijna cynische, bekroning van het beleid volgde op 23 februari 1945. Turkije verklaarde Duitsland en Japan formeel de oorlog – te laat om nog enige militaire rol te spelen, maar precies op tijd om een uitnodiging voor de oprichtingsconferentie van de Verenigde Naties in San Francisco veilig te stellen.
Voor Turkije eindigde de Tweede Wereldoorlog, in schril contrast met de catastrofale afloop van de Eerste Wereldoorlog, als een strategisch en diplomatiek succesverhaal van overleving. Het land kwam er, ondanks immense druk en een wankel evenwicht, grotendeels ongeschonden uit.
Merz in Ankara anno 2025
De ontmoeting tussen Friedrich Merz en Recep Tayyip Erdoğan in Ankara is geen geïsoleerd diplomatiek moment, maar de laatste akte in een historisch drama met diepe parallellen. Hier zijn de belangrijkste, van strategisch tot symbolisch.
De kernboodschap van Friedrich Merz tijdens zijn bezoek aan Ankara op 30 oktober 2025 was een pleidooi voor een verdere strategische samenwerking tussen Duitsland (EU) en Turkije. Zijn bezoek illustreert een klassiek patroon in de Duits-Turkse betrekkingen, waarbij harde geopolitieke belangen vaak zwaarder wegen dan waardenverschillen, een strategie die ook in beide Wereldoorlogen zichtbaar was.
| Aspect van het Bezoek | Uitspraken van Merz in Ankara (okt. 2025) | Parallellen met de Eerste Wereldoorlog | Parallellen met de Tweede Wereldoorlog |
|---|---|---|---|
| Strategische Kern | Pleitte voor een “goed en verdiept partnerschap” vanwege de nieuwe “geopolitiek van grootmachten”. | Het Duits-Ottomaanse Bondgenootschap (1914): Gedreven door een gedeide angst voor inmenging en de strategische noodzaak van een partner tegen Rusland. | Non-Aggressiepact (1941): Neutraliteit veiliggesteld via een verdrag, waarmee Turkije vitaal chroomerts aan Duitsland kon leveren zonder binnengevallen te worden. |
| Defensiesamenwerking | Verwelkomde de aankoop van 20 Eurofighter-jets door Turkije en besprak verdere veiligheidssamenwerking. | Militaire Missies: Pruisen/Duitsland moderniseerden decennia lang het Ottomaanse leger, wat een diepe militaire band smeedde. | Economische oorlogsvoering: De Clodius-overeenkomst (1941) ruilde Turks chroomerts tegen Duitse wapens, een strategisch partnerschap ondanks formele neutraliteit. |
| Economische Pragmatiek | Wilde het handelsvolume vergroten; samenwerking over energie en infrastructuur werd besproken. | Bagdadspoorweg: Een enorme Duitse infrastructuurinvestering om economische invloed en toegang tot grondstoffen veilig te stellen. | Grondstoffafhankelijkheid: Duitsland was kritiek afhankelijk van Turks chroomerts voor staalproductie, wat de relatie strategisch vitaal maakte. |
| Migratie als Drukmiddel | Sprak af de terugkeer van migranten van Duitsland naar Turkije te intensiveren, met verwijzing naar toegenomen deportaties. | Niet van toepassing | Niet van toepassing |
| Waarden versus Belangen | Bekritiseerde subtiel de Turkse rechtstaat, maar benadrukte vooral de overkoepelende noodzaak van partnerschap. | Niet van toepassing | Evenwichtskunst: Turkije onderhield relaties met beide kampen en stelde soevereiniteit en overleving boven ideologische afstemming met nazi-Duitsland. |
| De Rusland-factor | Noemde gedeelde zorgen over Russisch revisionisme als basis voor NAVO-samenwerking. | Indamming van Rusland: Een hoofddoel van het bondgenootschap was het openen van een nieuw front tegen het tsaristische Rusland. | Strategische Buffer: Turkije’s neutraliteit vormde een cruciale geografische buffer tussen de Asmogendheden en de zuidelijke flank van de Sovjet-Unie. |
Het terugkerende patroon van de relatie
Uit de analyse van meer dan een eeuw Duits-Turkse betrekkingen – van de Pruisische militaire missies en de Bagdadspoorweg, via de Clodius-overeenkomst in WOII, tot het bezoek van Friedrich Merz in 2025 – rijst een opvallend consistent patroon. Het is een patroon dat niet wordt gedreven door toevallige ontmoetingen, maar door de harde logica van de geopolitiek en een diepgewortelde wederzijdse afhankelijkheid.
Het bezoek van Merz, met zijn nadruk op defensiesamenwerking en het EU-perspectief, is de laatste uitdrukking van deze strijd om verankering. Het is een erkenning dat de Duits-Turkse relatie geen historische curiositeit is, maar een levende, ademende realiteit die de toekomst van Europa zal blijven vormgeven.





