Is Amerika een imperium in verval? Critici aan zowel links als rechts gebruiken deze term steeds vaker, en wijzen daarbij naar de kolossale militaire begroting, de ‘forever wars’ in het Midden-Oosten en de verwaarlozing van de eigen binnenlandse infrastructuur. Het is een patroon dat historici maar al te goed kennen. In dit artikel duiken we in de laatste levensfases van zes grote wereldrijken. We zoeken naar een gezamenlijke deler in hun ondergang en vinden die in militaire uitputting en overspanning. Wat blijkt? De machtigste legers ter wereld blijken vaak de grootste zwakte van een imperium.

Overmatige militaire uitputting en overspanning (Overshoot)

Dit betekent dat een imperium zoveel geld, energie en aandacht in zijn leger en militaire verplichtingen steekt (of gestoken heeft) dat het de rest van het systeem verzwakt. Het leger wordt gezien als de oplossing voor problemen, maar wordt uiteindelijk de oorzaak van de economische en politieke neergang.

Laten we dit toepassen op de historische voorbeelden en de VS:

ImperiumKenmerk van de laatste faseHoe past ‘Militaire uitputting/overspanning’ hierin?
West-Romeinse RijkMilitaire problemen, huurlingenleger, grenzen niet te verdedigen.Het rijk was chronisch overspannen. Het moest een enorm leger onderhouden om een gigantische grens te verdedigen, wat de economie uitputte. Om soldaten te krijgen, vertrouwde het op dure en uiteindelijk ontrouwe huurlingen. Het leger was een noodzakelijke, maar dodelijke last.
Byzantijnse RijkMilitaire achterstand, kon geen groot leger meer betalen, omsingeld.Na eeuwen van oorlogen was de schatkist leeg. Het kon de militaire concurrentie (Ottomanen met moderne kanonnen) niet meer bijbenen. De prioriteit lag altijd bij overleven, maar de middelen waren op.
Ottomaanse Rijk‘Zieke Man van Europa’, militair en economisch achtergebleven.Het rijk leefde van zijn militaire verleden, maar had de industriële en technologische wapenwedloop met Europa verloren. Het leger was groot en conservatief, maar niet modern of effectief meer. De inspanning om het rijk bij elkaar te houden, kostte te veel.
Habsburgse RijkMilitaire nederlaag in WOI was de genadeklap.Het leger was een instrument van interne controle over de vele volkeren, maar was niet sterk genoeg voor een grote externe oorlog. De focus op ‘orde houden’ in een rijk dat van binnenuit scheurde, leidde tot een leger dat verzwakt was toen het er echt op aankwam.
Britse RijkEconomische uitputting door WOII, kon imperium niet meer betalen.De ultieme militaire overspanning. Door twee wereldoorlogen te winnen, was het bankroet. Het had zijn rijk opgebouwd en verdedigd met geweld en de marine, maar de kosten van de overwinning op Duitsland betekenden dat het de pax britannica (de Britse vrede en controle) niet langer kon financieren. Het leger was er, maar de portemonnee was leeg.
Inca RijkSuccessieoorlog verzwakte leger en bestuur voor Spanjaarden kwamen.Hier was de militaire energie naar binnen gericht. Een burgeroorlog tussen twee broers (Huáscar en Atahualpa) verzwakte het leger en het gezag. Toen de echte externe vijand (Spanje) kwam, was het leger al uitgeput en verdeeld.

De Vergelijking met de VS nu

Als we de VS beschouwen als een imperium in verval (een standpunt dat door zowel linkse als rechtse critici wordt ingenomen, maar vanuit verschillende hoeken), dan is het patroon van militaire uitputting en overspanning direct herkenbaar:

  1. De ‘Defensie’-begroting: De VS geeft meer uit aan zijn leger dan de volgende 10 landen bij elkaar. Dit geld wordt onttrokken aan binnenlandse investeringen (infrastructuur, onderwijs, gezondheidszorg).
  2. Eeuwige oorlogen: Sinds de Tweede Wereldoorlog, en met name na 9/11, is Amerika in een staat van permanente, lage-intensiteit oorlog (Afghanistan, Irak, Syrië, etc.). Deze ‘forever wars’ hebben triljoenen dollars gekost, tienduizenden levens (zowel Amerikaans als van burgers) en hebben het moreel en de reputatie van het leger uitgehold.
  3. Strategische overspanning: Net als Rome probeert de VS zijn invloed over de hele wereld te handhaven (Europa met de NAVO, Azië met allianties tegen China, Midden-Oosten). Dit wordt steeds moeilijker nu er een nieuwe grote speler (China) opstaat. De VS moet kiezen tussen conflicten, maar wil dat niet, wat leidt tot een ‘koud confllict’ dat ook weer veel energie kost.
  4. Technologische afhankelijkheid: Net als het Byzantijnse Rijk dat niet opgewassen was tegen de kanonnen van de Ottomanen, loopt de VS het risico dat zijn militaire dominantie wordt ingehaald door nieuwe technologieën (hypersonische raketten van China/Rusland, cyberoorlogvoering). De VS heeft zijn macht gebouwd op vliegdekschepen; de volgende oorlog wordt misschien niet met vliegdekschepen beslist.
  5. Interne Verdeeldheid: Net als bij de Inca’s en de Habsburgers, is het leger een spiegel van de samenleving. De enorme interne politieke verdeeldheid in de VS kan zich vertalen in een verzwakt leger, of in een leger dat betrokken raakt bij binnenlandse politieke conflicten. De focus op externe vijanden leidt af van de interne problemen.

Eén gezamenlijk kenmerk voor alle imperia in verval, inclusief de VS, zou dus kunnen zijn: De last van het handhaven van de imperiale macht weegt uiteindelijk zwaarder dan de baten, wat leidt tot een fatale verzwakking van de kern. De VS is op dit punt aangekomen: het geeft enorm veel uit om de ‘vrije wereld’ te leiden en haar invloed te beschermen, maar de vraag is of het land intern nog sterk genoeg is om die last te dragen.

De paradox van de imperiale macht: Waarom het sterkste leger de grootste zwakte wordt

De zin “De machtigste legers ter wereld blijken vaak de grootste zwakte van een imperium” klinkt op het eerste gehoor als een paradox. Immers, imperia zijn bij uitstek gebouwd op militaire dominantie. Zonder een sterk leger geen veroveringen, geen onderdrukking van opstanden, geen bescherming van handelsroutes. Toch is het juist datzelfde instrument van macht dat in de laatste fase van een imperium keer op keer verandert in een existentiële bedreiging.

Hoe kan dat? Laat me dit uiteenzetten aan de hand van vier mechanismen die in al onze historische voorbeelden terugkeren.

Het leger als economische vampier

In de bloeifase van een imperium is het leger een investering die zich terugbetaalt. Veroveringen leveren buit op, nieuwe belastingbetalers en strategische handelsposten. Er is een gezonde balans tussen de kosten van het leger en de opbrengsten van het rijk.

In de vervalfase raakt die balans zoek. Het leger wordt een zwart gat waarin steeds meer geld verdwijnt, zonder dat daar nog economische meerwaarde tegenover staat.

Historisch voorbeeld: Het West-Romeinse Rijk
In de derde en vierde eeuw moest Rome een gigantisch leger onderhouden om een grens van duizenden kilometers te verdedigen tegen steeds meer indringers. De belastingen werden verhoogd tot een verlammend niveau, boeren vluchtten van hun land om aan de belastingdienst te ontkomen (wat de belastingbasis verder uitholde), en uiteindelijk kon Rome zich zijn eigen leger niet meer veroorloven. De oplossing? Huurlingen van buiten de rijksgrenzen aannemen. Die waren goedkoper op korte termijn, maar hun loyaliteit was te koop. Het imperium betaalde zijn eigen vernietigers.

Parallel met de VS:
De Amerikaanse defensiebegroting bedraagt meer dan 800 miljard dollar per jaar – meer dan de volgende tien landen bij elkaar. Dit geld wordt onttrokken aan binnenlandse investeringen. Sinds 9/11 is er ongeveer 8 biljoen dollar uitgegeven aan ‘forever wars’ in het Midden-Oosten. Dat is geld dat niet naar infrastructuur, onderwijs of gezondheidszorg ging. Het leger is een economische last geworden die de binnenlandse basis van het land uitholt.

Het leger als broedplaats van interne verdeeldheid

Een imperium in verval raakt intern verdeeld. Dat kan langs etnische lijnen zijn (zoals bij de Habsburgers), langs politieke lijnen (zoals bij de Inca’s), of langs ideologische lijnen (zoals nu in de VS). Het leger is nooit immuun voor die verdeeldheid.

Historisch voorbeeld: Het Incarijk
Kort voor de komst van de Spanjaarden voerden twee broers, Huáscar en Atahualpa, een verwoestende burgeroorlog om de troon. Het Incaleger, ooit het beste van Zuid-Amerika, werd ingezet tegen zichzelf. Toen de Spanjaarden arriveerden, troffen ze een verdeeld en uitgeput leger aan waarvan een groot deel niet per se loyaal was aan de uiteindelijke winnaar. De militaire kracht was een splijtzwam geworden.

Historisch voorbeeld: Het Habsburgse Rijk
Het Oostenrijks-Hongaarse leger bestond uit Duitsers, Hongaren, Tsjechen, Polen, Kroaten en Italianen. Officieren moesten vaak meerdere talen spreken om hun eigen soldaten te kunnen commanderen. Naarmate het nationalisme in de 19e eeuw groeide, werd het leger steeds minder betrouwbaar. Zouden Tsjechische soldaten werkelijk vechten voor een Duitse keizer tegen hun eigen volk? Het leger was een afspiegeling van het uiteenvallende rijk, niet langer een oplossing.

Parallel met de VS:
De Amerikaanse samenleving is diep verdeeld over politieke en culturele kwesties. Recente onderzoeken tonen aan dat een significant deel van de veteranen en actieve militairen zich niet langer vertegenwoordigd voelt door de politieke elite. Er zijn zorgen over de betrouwbaarheid van de krijgsmacht mocht er ooit een binnenlandse crisis ontstaan. Een leger dat zijn eigen bevolking niet vertrouwt, of door een deel van de bevolking niet wordt vertrouwd, is geen teken van kracht, maar van zwakte.

Het leger als conservatieve kracht die innovatie blokkeert

Imperia hebben vaak de neiging om te vertrouwen op de methoden waarmee ze groot zijn geworden. Dat geldt ook voor hun legers. In de vervalfase wordt het leger een conservatieve institutie die vasthoudt aan oude tactieken en technologieën, terwijl de buitenwereld (of opstandige provincies) allang is doorontwikkeld.

Historisch voorbeeld: Het Byzantijnse Rijk
Eeuwenlang waren de Theodosiaanse muren van Constantinopel onneembaar. Het Byzantijnse leger vertrouwde op deze verdediging en op traditionele oorlogsvoering. Toen de Ottomanen arriveerden met gigantische kanonnen, speciaal gegoten door Hongaarse ingenieurs, waren de muren opeens niet meer genoeg. Het Byzantijnse leger had geen antwoord op deze nieuwe technologie. Het was ingehaald door de tijd.

Historisch voorbeeld: Het Ottomaanse Rijk
Het Ottomaanse leger was ooit het meest moderne van Europa, met elite-eenheden als de Janitsaren. Maar na verloop van tijd werden de Janitsaren een conservatieve kaste die elke hervorming blokkeerde uit angst voor hun eigen privileges. Terwijl Europese legers moderniseerden met nieuwe wapens en tactieken, bleef het Ottomaanse leger steken in het verleden. De ‘Zieke Man van Europa’ was militair gezien een museumstuk.

Parallel met de VS:
Het Amerikaanse leger is gebouwd rond vliegdekschepen, dure gevechtsvliegtuigen en een wereldwijd netwerk van bases. Maar de oorlogen van de toekomst worden misschien niet met vliegdekschepen beslist, maar met hypersonische raketten, cyberaanvallen, drones en ruimtewapens. China en Rusland investeren zwaar in deze domeinen. De VS loopt het risico zijn militaire dominantie te verliezen omdat het vasthoudt aan een 20e-eeuws model van oorlogsvoering, terwijl de concurrentie allang in de 21e eeuw leeft.

Strategische overspanning: overal vechten, nergens winnen

Het laatste mechanisme is misschien wel het meest herkenbare: imperial overstretch. Een imperium heeft zo veel belangen over de hele wereld dat het overal een beetje aanwezig moet zijn, maar nergens echt sterk. Het leger wordt uitgerekt als een elastiekje, tot het scheurt.

Historisch voorbeeld: Het Britse Rijk
Na de Tweede Wereldoorlog had Groot-Brittannië de oorlog gewonnen, maar was het financieel bankroet. Toch probeerde het zijn imperium bij elkaar te houden: troepen in India, Maleisië, Afrika, het Midden-Oosten. Toen er gelijktijdig crises uitbraken (de onafhankelijkheidsstrijd in India, de opstand in Kenia, de dreiging van communistische opstanden in Maleisië), bleek het leger te dun gezaaid. Het imperium kon zichzelf niet meer verdedigen. De overwinning in de oorlog had het rijk uitgeput.

Parallel met de VS:
De VS heeft militaire verplichtingen over de hele wereld: de NAVO in Europa, allianties tegen China in Azië, een permanente aanwezigheid in het Midden-Oosten, troepen in Afrika. Nu China opkomt als een gelijkwaardige concurrent, wordt de VS gedwongen om keuzes te maken. Maar keuzes maken doet pijn. De strategische doctrine van de VS is er nog steeds een van full spectrum dominance: overal tegelijk de sterkste zijn. Dat is, zoals historici weten, het recept voor overspanning.

De kracht die krachteloos maakt

De paradox laat zich nu samenvatten: in de bloeifase van een imperium is het leger een productieve kracht die welvaart en veiligheid genereert. In de vervalfase wordt het een consumptieve kracht die welvaart opslorpt en interne verdeeldheid vergroot. Het leger is dan niet langer de oplossing voor problemen, maar de belichaming ervan.

Het wordt te duur om te onderhouden, te conservatief om te innoveren, te verdeeld om betrouwbaar te zijn, en te verspreid om effectief te zijn.

De vraag voor de Verenigde Staten is niet of dit patroon herkenbaar is, maar in hoeverre het land nog in staat is om de cyclus te doorbreken. Want zoals de geschiedenis laat zien: imperia die doorgaan met het voeden van het leger ten koste van alles, voeden uiteindelijk alleen hun eigen ondergang.