Dit stuk sluit aan op mijn eerdere blog over “Mury” van Jacek Kaczmarski. Lees dat eerst als je wilt weten waar dit verhaal begint.

In 1978 schreef Jacek Kaczmarski “Mury”. Een lied over een muur die blijft groeien, ook als mensen hem proberen af te breken. Een lied dat een generatie zou worden, maar dat volgens Kaczmarski zelf nooit begrepen is.

Tien jaar later zong Kazik Staszewski over een huis dat door een muur in tweeën was gedeeld.

Nog eens tien jaar later zong Artur Rojek over de lengte van het geluid van eenzaamheid.

Drie liedjes. Drie decennia. En één vraag die steeds van vorm verandert.

De vraag die door de drie liedjes heen loopt, is in essentie:

“Hoe leef je als individu in een wereld die niet van jou is?”

Maar de vorm verandert per lied:

In “Mury” (1978):
“Wat als de massa mij meesleept in iets wat ik niet wil?”
Kaczmarski’s zorg is niet of de muur valt, maar wat er gebeurt als mensen samenkomen. De vraag is: blijf ik mezelf als de groep mij roept?

In “Arahja” (1988):
“Wat als de wereld letterlijk in tweeën is gedeeld en ik nergens helemaal bij hoor?”
Kazik observeert vanachter een gordijn beide kanten. Hij is geen inwoner van links of rechts, hij is toeschouwer. De vraag is: waar sta ik als de wereld verdeeld is?

In “Długość dźwięku samotności” (1999):
“Wat als ik vrij ben om te zijn wie ik wil, maar toch niet pas?”
De muur is weg. De menigte is weg. En toch: “ik heb geen kans te zijn wie ik wil”. De vraag is: hoe vind ik een thuis in een wereld die eindelijk open is, maar mij nog steeds niet past?

Dus de gemeenschappelijke vraag is: hoe blijf je jezelf tegenover de wereld om je heen? — maar de wereld verandert: eerst een massabeweging, dan een muur, dan een vrije samenleving. En het individu blijft met dezelfde worsteling achter.

Arahja (1988)

Kult — Arahja

Mój dom murem podzielony
Mijn huis is door een muur verdeeld

Podzielone murem schody
De trap is door een muur verdeeld

Po lewej stronie łazienka
Aan de linkerkant de badkamer

Po prawej stronie kuchenka
Aan de rechterkant het fornuis

Moje ciało murem podzielone
Mijn lichaam is door een muur verdeeld

Dziesięć palców na lewą stronę
Tien vingers naar de linkerkant

Drugie dziesięć na prawą stronę
De andere tien naar de rechterkant

Głowy równa część na każdą stronę
Van mijn hoofd een gelijk deel naar elke kant

Moja ulica murem podzielona
Mijn straat is door een muur verdeeld

Świeci neonami prawa strona
De rechterkant licht op met neon

Lewa strona cała wygaszona
De linkerkant is volledig gedoofd

Zza zasłony obserwuję obie strony
Vanachter een gordijn observeer ik beide kanten

Lewa strona nigdy się nie budzi
De linkerkant wordt nooit wakker

Prawa strona nigdy nie zasypia
De rechterkant slaapt nooit

Kazik Staszewski schreef “Arahja” na zijn reizen naar West-Berlijn in de jaren tachtig. Hij herinnerde zich: “Toen ik West-Berlijn binnenreed, zag ik een in tweeën gespleten organisme voor me, als met een mes doormidden gesneden.” De ene helft leek aan zijn lot overgelaten, bijna wegrotend; de andere helft werd verzorgd.

Het lied is een metafoor voor de Berlijnse Muur en de Koude Oorlog, maar Kazik noemt de stad nooit bij naam. Die abstractie was geen artistieke keuze maar noodzaak: in 1988 was censuur in Polen nog steeds aanwezig, en een directe verwijzing naar de Duitse deling zou het lied waarschijnlijk hebben geblokkeerd. Door het over een huis en een lichaam te hebben, kon het de censuur omzeilen — en tegelijkertijd universeel blijven.

De titel zelf is raadselachtig. Volgens Kazik ontstond die door een verbastering van de bandnaam Uriah Heep: Juraja, Araja, Arahja. Een andere lezing zegt dat het een verminkte versie van “anarchie” is — een nog anarchistischer anarchie.

“Arahja” ging in première in 1988. Een jaar later viel de Berlijnse Muur.

Długość dźwięku samotności (1999)

Myslovitz — De lengte van het geluid van eenzaamheid

I nawet kiedy będę sam
En zelfs wanneer ik alleen zal zijn

Nie zmienię się, to nie mój świat
Zal ik me niet veranderen, dit is niet mijn wereld

Przede mną droga, którą znam
Voor mij ligt een weg die ik ken

Którą ja wybrałem sam
Die ik zelf heb gekozen

Tak, zawsze genialny
Ja, altijd geniaal

Idealny muszę być
Perfect moet ik zijn

I muszę chcieć, super luz i już
En ik moet willen, super ontspannen en dat is het

Setki bzdur i już to nie ja
Honderden onzin en dat ben ik al niet meer

Wiesz, lubię wieczory
Weet je, ik hou van avonden

Lubię się schować na jakiś czas
Ik verberg me graag even

I jakoś tak, nienaturalnie
En op een of andere manier, onnatuurlijk

Trochę przesadnie pobyć sam
Een beetje overdreven, alleen zijn

Wejść na drzewo i patrzeć w niebo
In een boom klimmen en naar de lucht kijken

Tak zwyczajnie, tylko, że
Zo gewoon, alleen

Tutaj też, wiem kolejny raz
Hier ook, weet ik weer

Nie mam szans być kim chcę
Ik heb geen kans te zijn wie ik wil

Noc, a nocą, gdy nie śpię
Nacht, en ’s nachts, als ik niet slaap

Wychodzę, choć nie chcę
Ga ik naar buiten, ook al wil ik niet

Spojrzeć na chemiczny świat
Kijken naar de chemische wereld

Pachnący szarością
Ruikend naar grijsheid

Z papieru miłością, gdzie Ty i ja
Liefde van papier, waar jij en ik

I jeszcze ktoś, nie wiem kto
En nog iemand, ik weet niet wie

Chciałby tak przez kilka lat
Zou zo een paar jaar willen

Zbyt zachłannie i trochę przesadnie
Te hebberig en een beetje overdreven

Pobyć chwilę sam, chyba go znam
Even alleen zijn, ik denk dat ik hem ken

Tien jaar later. De Muur is gevallen, het communisme is voorbij, Polen is een ander land. En Myslovitz zingt niet over politieke verdeeldheid, maar over innerlijke eenzaamheid.

“Długość dźwięku samotności” verscheen in 1999 op het album Miłość w czasach popkultury en werd een van de meest gecoverde nummers uit de Poolse popgeschiedenis. De tekst draait om iemand die zich terugtrekt uit een wereld die hem niet past: “dit is niet mijn wereld”“ik heb geen kans te zijn wie ik wil”. Het is geen protestlied meer tegen een regime, maar een lied over vervreemding in een vrije samenleving.

De titel zelf is een raadselachtige formule: de lengte van het geluid van eenzaamheid. Alsof eenzaamheid een meetbaar iets is, een duur die je kunt uitzitten. Het lied werd een anthem voor introverten — een Poolse commenter noemde het simpelweg “het volkslied van de introverten”.

Van Mury naar Arahja naar Długość

“Mury” eindigde met een beeld dat Kaczmarski zelf als een waarschuwing bedoelde: de menigte trekt op, de muur groeit, en de zanger blijft alleen achter. Hij zong het als een lied tegen massabewegingen, maar het werd een anthem voor Solidarność. Het lied dat waarschuwde voor de menigte, werd de stem van de menigte.

“Arahja” maakte de muur letterlijk. Niet meer een symbool van onderdrukking in het algemeen, maar de Berlijnse Muur, de Koude Oorlog, de concrete geschiedenis. In 1989 viel die muur. Het leek de vervulling van alles waar “Mury” naar verwees.

En toen kwam 1999. “Długość dźwięku samotności” zong niet over een muur die viel, maar over een wereld die niet paste. De politieke vijand was verdwenen. De eenzaamheid niet.

Dat is de lijn die door deze drie liedjes loopt. “Mury” vraagt: wat als de muur blijft groeien? “Arahja” laat zien: de muur is echt, hij kan vallen. En “Długość dźwięku samotności” fluistert: de muur is gevallen, maar ik sta nog steeds alleen.

Drie liedjes. Drie decennia. Eén vraag die van vorm verandert, maar nooit helemaal verdwijnt.