Hij was de meest gerespecteerde Poolse leider van de Tweede Wereldoorlog, een man die weigerde te buigen voor Stalin, die zijn landgenoten uit Sovjet-goelags bevrijdde, en die een leger opbouwde dat zou vechten van Narvik tot Arnhem. Op 4 juli 1943 stierf generaal Władysław Sikorski onder verdachte omstandigheden bij een vliegtuigcrash in Gibraltar. Officieel was het een ongeluk. Maar tot op de dag van vandaag geloven velen – met goede redenen – dat hij werd vermoord.

Dit is het verhaal van een patriot, een strateeg, en een mysterie dat nog altijd niet is opgelost.

Een patriot van het eerste uur

Władysław Eugeniusz Sikorski werd geboren op 20 mei 1881 in Tuszów Narodowy, in Galicië, het deel van Polen dat toen onder Oostenrijks-Hongarije viel. Zijn grootvader had gevochten in de Novemberopstand van 1830 tegen de Russen en had daarvoor de Virtuti Militari ontvangen, de hoogste Poolse militaire onderscheiding. Dat erfgoed nam Sikorski serieus.

Hij studeerde weg- en waterbouw aan de Polytechnische Universiteit van Lwów, maar zijn hart lag bij de onafhankelijkheidsstrijd. Al in 1908 organiseerde hij – samen met Józef Piłsudski en andere toekomstige leiders van Polen – de Związek Walki Czynnej (Unie voor Actieve Strijd), een geheime organisatie die een opstand tegen het Russische Rijk voorbereidde. Hij gaf les in militaire tactiek, rekruteerde vrijwilligers, en bouwde in het diepste geheim aan een legermacht die er nog niet was.

Toen de Eerste Wereldoorlog uitbrak, vocht Sikorski in de Poolse Legioenen naast Piłsudski. Maar er groeide een kloof tussen de twee mannen. Sikorski geloofde in samenwerking met Oostenrijk-Hongarije om Polen te bevrijden; Piłsudski vertrouwde de Centrale Mogendheden niet. Uiteindelijk koos Sikorski de kant van Piłsudski, wat hem zelfs een korte periode van internering opleverde. De breuk was echter nooit helemaal genezen. Deze twee mannen, die samen de strijd voor Polen waren begonnen, zouden later politieke rivalen worden.

De strateeg die de Blitzkrieg voorzag

Na de Eerste Wereldoorlog, toen Polen eindelijk onafhankelijk was, vocht Sikorski in de Pools-Russische Oorlog van 1919-1921. Hij speelde een prominente rol in de beslissende Slag om Warschau in 1920, de “wonder aan de Wisła”, waar het Poolse leger het oprukkende Rode Leger vernietigde.

In 1922 werd Sikorski premier van Polen, een functie hij bekleedde tot 1923. Maar toen Piłsudski in 1926 met geweld de macht greep (de Meistaatsgreep), viel Sikorski uit de gratie. Hij was een tegenstander van de dictatuur van de Sanatie, en dat zou hem duur komen te staan. Jarenlang werd hij buitenspel gezet, terwijl Polen steeds verder afgleed naar een autoritair regime.

Maar Sikorski gaf niet op. In 1934 publiceerde hij een boek, Modern Warfare, eerst in het Frans en later in het Engels. Daarin beschreef hij ideeën die ver vooruitliepen op hun tijd – concepten die later bekend zouden worden als de Blitzkrieg. Sikorski zag al jaren voordat Hitler Tsjecho-Slowakije binnenviel dat de toekomst van de oorlog lag in snelle, gemechaniseerde aanvallen, gecoördineerd door vliegtuigen en tanks. Helaas luisterde niemand in Polen naar hem. De Sanatie-leiders zagen hem als een vijand, niet als een visionair.

De man die Stalin dwong

Toen Duitsland op 1 september 1939 Polen binnenviel, zat Sikorski in ballingschap in Frankrijk. De catastrofe die hij had voorzien, was werkelijkheid geworden. Hij werd onmiddellijk benoemd tot premier van de Poolse regering in ballingschap en opperbevelhebber van de Poolse strijdkrachten.

Sikorski’s eerste daad was het opbouwen van een nieuw leger uit de as van het oude. Tienduizenden Poolse soldaten waren na de nederlaag van september 1939 naar Frankrijk gevlucht; Sikorski organiseerde hen in een nieuw leger dat aan Franse zijde zou vechten. Toen Frankrijk in 1940 viel, evacueerde hij zijn troepen naar Groot-Brittannië, waar ze de kern zouden vormen van het Poolse leger in het Westen – dezelfde mannen die later zouden vechten in de Slag om Engeland, bij Monte Cassino, en bij Arnhem.

Maar Sikorski’s grootste prestatie was misschien wel diplomatiek. Op 30 juli 1941 tekende hij het Sikorski-Majski-verdrag met de Sovjet-ambassadeur in Londen. Stalin, die zelf net was aangevallen door Duitsland, had de Polen nodig. Sikorski dwong hem om tienduizenden Poolse krijgsgevangenen vrij te laten die sinds 1939 in Sovjet-kampen vastzaten. Meer dan 82.000 Poolse soldaten verlieten de goelags en sloten zich aan bij het leger van generaal Władysław Anders. Zij zouden een epische tocht maken via Kazachstan, Iran en Palestina, om uiteindelijk te vechten voor een vrij Polen.

Maar de samenwerking met Stalin was breekbaar. In april 1943 ontdekten de Duitsers de massagraven van Katyn, waar duizenden Poolse officieren door de Sovjets waren vermoord in 1940. Sikorski eiste een onderzoek door het Rode Kruis. Stalin was woedend en verbrak alle diplomatieke betrekkingen met de Poolse regering in ballingschap. De twee mannen waren openlijke vijanden geworden.

De fatale vlucht naar Gibraltar

Op 4 juli 1943 was Sikorski op weg terug van een inspectiereis naar de Poolse troepen in het Midden-Oosten. Zijn vliegtuig, een Liberator, maakte een tussenstop in Gibraltar om bij te tanken. Rond 23:07 uur steeg het toestel op van de landingsbaan – en zestien seconden later stortte het in zee.

Zestien mensen kwamen om, waaronder Sikorski’s dochter Zofia Leśniowska, zijn stafchef generaal Tadeusz Klimecki, en verschillende Britse en Poolse officieren. Er was één overlevende: de Tsjechische piloot, luitenant Eduard Prchal .

Het officiële Britse onderzoek, dat begon op 7 juli 1943, concludeerde dat het een ongeluk was: de liftbediening van het vliegtuig zou geblokkeerd zijn geraakt. Maar de Poolse regering in ballingschap weigerde dit rapport te accepteren. Er waren te veel onverklaarbare zaken.

De aanwijzingen voor moord

De twijfels begonnen vrijwel onmiddellijk. Verschillende details klopten niet.

Ten eerste was er de toestand van Sikorski’s lichaam. Hij vertoonde geen verwondingen die pasten bij een vliegtuigcrash, maar wel kenmerken die overeenkwamen met wurging. Zijn lichaam was opvallend onbeschadigd – vreemd voor een man die zojuist van 50 meter hoogte in zee was gestort.

Ten tweede waren er de verdwijningen. Vijf lichamen, waaronder dat van Sikorski’s dochter Zofia, werden nooit gevonden. Ze waren gewoon verdwenen.

Ten derde was er de veiligheid op Gibraltar. Het vliegveld stond bekend om zijn lakse beveiliging. Rond de tijd van Sikorski’s vertrek stond op dezelfde landingsbaan een Sovjet-vliegtuig geparkeerd – dat van de Sovjet-ambassadeur in Londen, Ivan Majski. De Sovjets hadden dus een officiële aanwezigheid op de plaats van het ongeluk.

Ten vierde was er de kwestie van de piloot, Eduard Prchal. Hij stond erom bekend dat hij nooit een reddingsvest droeg – hij geloofde niet in “noodlot”. Maar bij de crash droeg hij er wel één, en hij was de enige overlevende. Dat wekte natuurlijk argwaan.

Ten vijfde, en misschien wel het meest veelzegend, was de aanwezigheid van Kim Philby. De man die verantwoordelijk was voor de Britse contraspionage in Spanje en Gibraltar was niemand minder dan Kim Philby, de beroemde dubbelspion die voor de Sovjet-Unie werkte. Philby had in 1941 nog instructies gegeven aan de Special Operations Executive, een organisatie gespecialiseerd in sabotage. Was hij betrokken bij de crash? Het is mogelijk.

Wie had er baat bij Sikorski’s dood?

Het antwoord is simpel: vrijwel iedereen.

Sikorski was een doorn in het oog van Stalin. Hij weigerde de Sovjet-bezetting van Oost-Polen te accepteren, eiste gerechtigheid voor Katyn, en had de westerse geallieerden in zijn greep. Met Sikorski uit de weg kon Stalin een meer toegeeflijke Poolse regering afdwingen.

De Britten hadden er ook baat bij. Churchill was steeds meer geïrriteerd door Sikorski’s vasthoudendheid over de oostgrens van Polen. De geallieerden hadden Stalin nodig om Hitler te verslaan, en Sikorski’s eisen bemoeilijkten die samenwerking.

Zelfs sommige Polen hadden een motief. De vleugel rond generaal Władysław Anders, die fel gekant was tegen elke samenwerking met de Sovjets, had weinig vertrouwen in Sikorski’s diplomatieke koers.

De Duitsers hadden er eveneens baat bij – Sikorski was de meest capabele Poolse leider, een symbool van verzet. Maar de meeste historici achten een Duitse betrokkenheid minder waarschijnlijk, omdat de nazi’s de chaos die na zijn dood zou ontstaan waarschijnlijk hebben verwelkomd, maar er niet actief aan hebben bijgedragen.

De nasleep en de blijvende onzekerheid

Na Sikorski’s dood werd Stanisław Mikołajczyk zijn opvolger. Maar Mikołajczyk miste het charisma en de politieke slagkracht van Sikorski. Polen had zijn sterkste stem in het geallieerde kamp verloren.

Het Britse onderzoeksrapport werd geclassificeerd – eerst voor vijftig jaar, daarna opnieuw voor veertig jaar. De documenten zullen pas openbaar worden in 2033, tenzij er weer wordt besloten tot verdere verlenging. De vraag is: wat valt er nog te verbergen, tachtig jaar na dato?

In 2008 begon het Poolse Instituut voor Nationale Herinnering (IPN) een nieuw onderzoek. Sikorski’s lichaam werd opgegraven. De conclusie was dat hij stierf door verwondingen die pasten bij een vliegtuigcrash en dat er geen bewijs was voor wurging of vergiftiging. Maar sabotage konden de onderzoekers niet uitsluiten. Ze konden het niet bewijzen – maar ook niet ontkrachten.

Een van de IPN-historici, Maciej Korkuć, zei in 2013: “Veel feiten wijzen op een moord”.

Vooruitblik naar deel 2

Sikorski werd begraven in Newark, bij Londen, tussen zijn landgenoten die vochten voor een vrij Polen. In 1993 werd zijn lichaam opgegraven en herbegraven in Krakau, in de Wawel-kathedraal, waar Poolse koningen en nationale helden rusten. Eindelijk was hij thuis.

Maar het mysterie bleef. Was het een ongeluk? Een Britse samenzwering? Een Sovjet-moord? Een Duitse aanslag? Zelfs nu, tachtig jaar later, weten we het niet zeker. Wat we wel weten: Sikorski was de laatste Poolse leider die de westerse geallieerden dwong om naar hem te luisteren. Na zijn dood werd Polen stapswijs ingeruild voor Stalins goodwill.

In Deel 2 van deze serie duiken we dieper in de complottheorieën, de rol van Kim Philby, de getuigenverklaringen die nooit zijn onderzocht, en de vraag wie er werkelijk achter de dood van de Poolse patriot zat.