Voor de Poolse pioniers werd de Stille Zuidzee, het domein van verre eilanden en een onbekend vasteland, een symbool van iets radicaals: een schone lei. Hier, aan de andere kant van de wereld, waren zij geen ballingen, bannelingen of vluchtelingen meer. Zij waren ontdekkers en wetenschappelijke grondleggers. In Australië en de eilanden van Oceanië konden zij iets zeldzaams opbouwen: een blijvende, positieve erfenis onder een vrije hemel.

Dit continent was niet het moederland, maar het beloofde land van de wetenschap. Het was een gigantisch, onbeschreven laboratorium waar een Poolse geoloog de hoogste berg zou kunnen meten en een naam geven die een universeel verlangen naar vrijheid uitdrukt. Waar een Poolse natuuronderzoeker als eerste de schoonheid en complexiteit van inheemse culturen kon documenteren, niet als koloniaal, maar als mede-mens.

In dit deel volg ik de voetstappen van mannen die niet kwamen om te nemen, maar om te beschrijven; niet om te heersen, maar om te begrijpen. Zij waren de eerste Europeanen die de Alpen van dit nieuwe continent beklommen, de eerste die de geologische schatten in kaart brachten, en in één opvallend geval, de eerste die een diepgaande etnografische studie van de oorspronkelijke bewoners maakte.

Hier waren zij niet de vervolgden, maar de naamgevers. Niet de stemlozen, maar de chroniqueurs. Welkom in het deel van de wereld waar Polen een blijvende, zichtbare stempel drukte op het landschap zelf.

Paweł Edmund Strzelecki (1797-1873): de man die een continent een Poolse hart sloeg

Als er één naam is die de Poolse ontdekkingsdrang in Australië belichaamt, dan is het die van Paweł Edmund Strzelecki. Hij arriveerde niet met de First Fleet, noch als koloniaal bestuurder. Hij kwam als een volledig gevormde wetenschappelijke balling, gewapend met een Europese opleiding en een onwrikbare morele overtuiging. Zijn werk veranderde niet alleen de geologische kaart van Australië, maar gaf het continent ook een symbolisch hart: een berg die voor altijd de naam draagt van de Poolse vrijheidsstrijder Tadeusz Kościuszko.

De eerste wetenschappelijke verkenning van het onbekende Zuiden:
Toen Strzelecki in 1839 voet aan wal zette, was het binnenland van New South Wales en Victoria een raadsel. Hij ondernam een meedogenloze expeditie van bijna 11.000 kilometer te voet en te paard, vaak vergezeld alleen door Aboriginal-gidsen en zijn trouwe assistent James Macarthur. Hij was de eerste Europeaan die systematisch de Australische Alpen doorkruiste.

Zijn monumentale prestaties in Australië:

De beklimming en naamgeving van Mount Kosciuszko (1840):
Zijn bekendste daad. Na een barre tocht bereikte hij de hoogste top van het continent. In een diep patriottisch gebaar noemde hij hem Mount Kosciuszko, “omdat hij me herinnerde aan een monument ter ere van Kościuszko in mijn vaderland“. Het was meer dan nostalgie; het was een verklaring. Hij verbond de universele strijd voor vrijheid en menselijke waardigheid (het ideaal van Kościuszko) met het pure, ongerepte landschap van zijn nieuwe thuis. Het is de enige berg ter wereld die naar een Poolse persoon is vernoemd en tevens het hoogste punt van een continen

Pionier van de Australische geologie:
Strzelecki was de eerste die de geologie van New South Wales en Tasmanië wetenschappelijk in kaart bracht. Hij ontdekte en classificeerde enorme steenkoollagen in de Hunter Valley en goud in Bathurst (hoewel hij, uit angst voor een sociale crisis, de exacte locatie geheim hield). Zijn standaardwerk “Physical Description of New South Wales and Van Diemen’s Land” (1845) was jarenlang het definitieve naslagwerk.

Een humanistisch oog voor het land en zijn eerste bewoners:
Strzelecki’s dagboeken tonen een zeldzame empathie voor de Aboriginalvolkeren die hij tegenkwam. Hij documenteerde hun cultuur, taal en de catastrofale impact van Europese kolonisatie op hun leven met een kritische blik die zijn tijd ver vooruit was.

De erfenis van een patriot:
Strzelecki keerde nooit terug naar een vrij Polen. Hij stierf in Londen, geëerd als een Brits onderdaan en Fellow of the Royal Society. Maar zijn grootste monument staat in het zuiden van New South Wales. Mount Kosciuszko National Park is zijn blijvende, fysieke erfenis.

Zijn bBlijvende voetafdruk:
Strzelecki’s voetafdruk is letterlijk in het Australische landschap gegrift. Hij gaf het continent niet alleen zijn hoogste punt een naam, maar ook een ziel – een connectie met een Europese vrijheidstraditie. Hij bewees dat een Poolse balling, door puur intellect, doorzettingsvermogen en respect, een fundamentele bijdrage kon leveren aan het begrip van een nieuw werelddeel. Hij was geen kolonisator, maar een wetenschappelijke stichter. Zijn verhaal is het ultieme bewijs dat je een vaderland kunt verliezen, maar tegelijkertijd een blijvende plek kunt verwerven in de geschiedenis van een ander continent.

Hij transformeerde ballingschap in een daad van schepping, en liet een Poolse echo na in het hart van de Australische wildernis.

Jan Lhotsky (c. 1795-1866): de vergeten pionier van de Australische wildernis

Terwijl Paweł Edmund Strzelecki de geschiedenis is ingegaan als de naamgever van de hoogste berg, ging er een andere, tragischere Poolse geest voor hem. Jan Lhotsky was een man van verbazingwekkende breedte – arts, botanicus, geoloog, taalkundige en kunstenaar – wiens leven een aaneenschakeling was van briljante ontdekkingen en bittere tegenslagen. Hij was een van de allereerste wetenschappelijke verkenners van de Australische Alpen, en de eerste die een serieuze etnografische studie van de Aboriginalcultuur ondernam, om uiteindelijk te stranden in de vergetelheid.

De rusteloze geest:
Lhotsky arriveerde in 1832 in Sydney, net als Strzelecki een politieke balling uit een Europa dat na de Novemberopstand voor Polen gesloten was. Hij was een typische romanticus: ongeduldig, gepassioneerd en vaak in conflict met autoriteiten. Zijn wetenschappelijke honger dreef hem snel weg uit de koloniale hoofdstad, op zoek naar het onbekende achter de Blue Mountains.

Zijn baanbrekende werk in Australië:

De eerste verkenning van de ‘Australische Alpen’ (1834):
Lang voordat Strzelecki de bergen doorkruiste, ondernam Lhotsky een soloreis naar het zuiden. Hij was de eerste Europeaan die de hooglanden van de Monaro-regio en de Snowy Mountains wetenschappelijk beschreef. Hij verzamelde talrijke planten- en mineralensoorten, en zijn verslag was een van de eerste die het bestaan van dit alpiene gebied bij het koloniale bestuur bekendmaakte. In zekere zin was hij de verkenner die het pad effende voor Strzelecki’s latere, meer bekende expeditie.

Een pionier in de Aboriginal-Etnografie:
Lhotsky’s grootste – en meest veronachtzaamde – prestatie was zijn diepgaande interesse in en respect voor de Aboriginalvolkeren. Hij bracht maanden door met het bestuderen van hun talen, gewoonten en sociale structuren. In 1834 publiceerde hij een artikel getiteld “A song of the women of the Menero [Monaro] tribe”, dat wordt beschouwd als één van de vroegste, serieuze etnografische documenten over een Aboriginalgemeenschap in Zuidoost-Australië. Hij zag hen niet als ‘wilden’, maar als mensen met een complexe cultuur.

Een veelzijdig maar onsystematisch genie:
Lhotsky was een echte polymath. Hij schilderde aquarellen van het landschap, schreef over geologie, verzamelde botanische specimens en bepleitte zelfs de oprichting van een nationaal museum in Sydney. Zijn energie was enorm, maar zijn werk was vaak gefragmenteerd en hij had een ongelukkig talent om ruzie te maken met potentiële beschermheren.

De tragiek van de vergetelheid:
Lhotsky’s carrière liep stuk op armoede, gebrek aan erkenning en zijn eigen onhandelbare karakter. Zijn belangrijkste manuscript, “A Journey from Sydney to the Australian Alps”, werd door uitgevers afgewezen. Teleurgesteld en verarmd verliet hij Australië in 1836, jaren voordat Strzelecki zijn triomfen boekte. Hij stierf in armoede in Londen, en zijn enorme collectie specimens en aantekeningen raakte verspreid en gedeeltelijk verloren.

Zijn blijvende, maar vage voetafdruk:
Jan Lhotsky laat een andere, meer melancholieke voetafdruk na dan Strzelecki. Zijn voetafdruk is niet een bergtop, maar een reeks eerste voetstappen in de wetenschap die anderen volgden. Hij was de eerste die de weg wees, maar faalde erin de eer te oogsten. Toch leeft zijn erfenis voort in de vroege archieven van de Australische ontdekking, in de botanische specimens die zijn naam dragen, en in zijn baanbrekende etnografische observaties die vandaag de dag nog worden bestudeerd.

Poolse voetafdrukken op vijf continenten – deel 1: Europa

Poolse voetafdrukken op vijf continenten – deel 2: Azië