We leven in vreemde tijden. Niet zomaar vreemd, maar historisch vreemd. Elke dag lijkt het nieuws ons een nieuwe crisis te brengen: oorlog in Europa, spanningen in het Midden-Oosten, een mondiale wedloop om technologie en grondstoffen, en een Westen dat steeds meer verdeeld raakt over zijn eigen koers. Voor wie denkt dat dit toevallige, losstaande gebeurtenissen zijn, is er een andere, onheilspellendere verklaring: we maken een kantelpunt mee.

De wereldorde die na de Tweede Wereldoorlog werd opgebouwd en na de val van de Muur haar absolute triomf vierde, staat op instorten. Het unipolaire moment van Amerikaanse dominantie maakt plaats voor iets nieuws. Iets onzekers. Iets multipolairs.

In een eerder artikel, ‘Leven we in de grote 500-jaar verschuiving?’ , onderzocht ik het historische patroon van deze cycli. We zien ze eens in de vijf eeuwen: het moment waarop een dominante macht wegkwijnt, instituties verstarren, en nieuwe centra op de voorgrond treden. De Renaissance, de val van Constantinopel, de ontdekking van de Nieuwe Wereld – het waren allemaal scharnierpunten in een groter geheel.

Dit artikel gaat niet over het patroon, maar over de krachten die het aandrijven. Wie of wat duwt de geschiedenis over de rand? Vijf fundamentele bewegingen tekenen zich af.

Allereerst is daar de opkomst van China als nieuwe hegemoon. Het land daagt de Amerikaanse dominantie uit, niet per se met militaire middelen, maar met economische macht en technologische ontwikkeling.

Ten tweede zien we de VS die krampachtig hun hegemonie proberen te behouden. Maar hun methoden worden steeds grimmiger en isoleren hen verder van de rest van de wereld.

Ten derde is er Duitsland dat Europa wil leiden. Onder kanselier Friedrich Merz zoekt Berlijn een nieuwe rol, niet langer verscholen achter naoorlogse terughoudendheid.

De vierde kracht is misschien wel de meest onderschatte: het project van Groot-Israël. Terwijl de wereld let op Oekraïne en de Stille Oceaan, voltrekt zich in het Midden-Oosten een stille maar diepgaande verandering die de regio voorgoed zal hertekenen.

En tenslotte, als vijfde en allesomvattende kracht, is er de grote 500-jaarlijkse verschuiving die al deze bewegingen in een breder historisch perspectief plaatst.

Dit is het verhaal van die vijf krachten. Dit is het verhaal van hoe de westerse wereldorde haar eigen einde schrijft.

China: de nieuwe hegemoon

China is de meest prominente kracht achter de multipolaire verschuiving. Officieel wijst Peking iedere ambitie om zelf hegemoon te worden resoluut van de hand. In het regeringswerkrapport dat begin maart 2026 aan de nationale wetgevende macht werd voorgelegd, staat letterlijk: “China zal hegemonie en machtspolitiek resoluut tegenwerken en internationale rechtvaardigheid en eerlijkheid hooghouden”. Het land zegt te streven naar een “rechtvaardige en ordelijke multipolaire wereld” en een “gemeenschap met een gedeelde toekomst voor de mensheid.

Maar de realiteit is complexer. China claimt bewust een hybride positie: economisch nadert het de status van hoog-inkomensland, maar politiek blijft het zich profileren als onderdeel van het “Globale Zuiden”. Deze dubbelpositie geeft China diplomatiek en narratief voordeel.

China’s mondiale ambitie manifesteert zich concreet via:

  • De Nieuwe Zijderoute (Belt and Road Initiative): Investeringen daar waar het voor China zelf hoge rendementen oplevert.
  • Technologische inhaalslag: China loopt voorop in veel alternatieve en groene technologieën.
  • Grondstoffenstrategie: China gebruikt zijn positie strategisch, bijvoorbeeld door de export van zeldzame aardmetalen te beperken wanneer de VS met tarieven dreigt.

Met een BBP van ongeveer 20 biljoen dollar is de Chinese economie nu ongeveer vier keer zo groot als de Duitse. Zelfs bij een gematigd groeitempo is de bijdrage van China aan de wereldeconomie nog steeds ongeveer gelijk aan die van India en de VS samen.

Tegelijkertijd blijft China vasthouden aan zijn koers van “vreedzame ontwikkeling” en het versterken van zijn wereldwijde netwerk van partnerschappen. De vraag of China de VS daadwerkelijk wil vervangen als wereldhegemon blijft onder experts omstreden. Sommigen wijzen erop dat China alleen een vreedzame co-existentie nastreeft, maar anderen waarschuwen dat dit beeld vertekend kan zijn door Peking’s eigen propaganda. Duidelijk is in elk geval dat China een centrale rol opeist in de hervorming van het mondiale governance-systeem en streeft naar een internationale orde die “rechtvaardiger en evenwichtiger” is.

De Verenigde Staten: Hegemonie in Verval

Terwijl China oprijst, probeert de VS krampachtig zijn dominante positie te behouden. Maar de methoden worden steeds grimmiger. Volgens een analyse van Xinhua is de VS “een gewapende democratie” geworden, waarvan de mondiale houding niet langer is verankerd in diplomatie en internationaal recht, maar in een permanente paraatheid voor militair conflict.

De Amerikaanse hegemonie steunt nog op drie pijlers:

1. De dollar als wapen: De dominantie van de Amerikaanse dollar is onlosmakelijk verbonden met het militaire apparaat. De dollar is niet alleen een munt, maar ook een machtsinstrument. Zijn status als mondiale reservevaluta hangt af van het vermogen van de VS om sancties op te leggen, tegenstanders te disciplineren en de mondiale financiële netwerken te beschermen die de internationale handel in stand houden

2. Directe militaire interventie: De invasie van Irak in 2003 en de aanval op Venezuela in januari 2026 illustreren een patroon dat niet langer wordt verhuld. De VS heeft de subtiele instrumenten van invloed die het tijdperk van de Koude Oorlog kenmerkten, grotendeels verlaten. In de plaats daarvan vertrouwt het nu op directe dwang, openlijke militaire interventies en extraterritoriale detenties.

3. De strijd om grondstoffen: Venezuela, met ’s werelds grootste bewezen oliereserves, is een cruciaal knooppunt geworden in de mondiale geopolitiek. Toen Caracas olie aan China verkocht in yuan en buiten het SWIFT-systeem om handelde, raakte dat aan de fundamenten van het petrodollarsysteem. Wanneer de houder van ’s werelds grootste oliereserves experimenteert met de-dollarisatie, raakt dat aan het hart van de Amerikaanse financiële architectuur.

Toch werkt deze strategie averechts. Zoals een Chinese commentator het verwoordt: “Ongebreidelde macht leidt alleen maar tot zelfvernietiging. Elke daad van sabotage door een hegemoniale macht versnelt alleen maar zijn eigen ondergang”.

De opstand tegen de hegemonie is al duidelijk zichtbaar. Landen van het Globale Zuiden klagen niet langer alleen in privé over “het Amerikaanse pesten”; ze beginnen zich te verenigen en streven naar zelfredzaamheid. Zelfs de traditionele bondgenoten van de VS beginnen te twijfelen. Sommige commentatoren stellen onomwonden: “We moeten de illusie opgeven dat de VS en wij gemeenschappelijke belangen en waarden delen”.

De VS wordt steeds meer gezien als een “mondiale pestkop en ’s werelds grootste bron van chaos”. Het bondgenootschappelijk systeem brokkelt af. De les is helder: tijdelijke overwinning ligt in kracht, maar eeuwige overwinning ligt in rechtvaardigheid.

Duitsland: de nieuwe leider van Europa?

Terwijl de VS zich terugtrekt uit zijn rol als betrouwbare beschermheer, ontstaat er een machtsvacuüm in Europa. In dat vacuüm schuift Duitsland naar voren.

Bondskanselier Friedrich Merz heeft een tweedaags bezoek aan China begin 2026 aangegrepen om zich te profileren als “de grote man van Europa”. In het openbaar profileerde Merz zich eerder als een leider van Europa dan van Duitsland. Maar het gaat verder dan symboliek.

De Duitse Europapolitiek verandert fundamenteel. Merz’ nieuwe credo: “Handlungsfähigkeit muss künftig vor Einheit in der EU mit 27 Mitgliedern gehen” — slagvaardigheid moet in de toekomst gaan voor eenheid in de EU met 27 leden. Het kan niet zo zijn dat “altijd alleen de laatste het tempo bepaalt”.

Twee recente besluiten tonen aan dat deze omslag geen theorie is maar praktijk:

  • Oekraïne-steun: 24 van de 27 EU-landen besloten dat Oekraïne een lening van 90 miljard euro krijgt
  • Mercosur-akkoord: De EU dreef het handelsverdrag met Zuid-Amerika door met gekwalificeerde meerderheid — tegen de stem van Frankrijk in.

“Dat is betreurenswaardig,” zei Merz over de Franse tegenstem, maar het tot stand komen van het akkoord was nu eenmaal belangrijker. Dit is een revolutie: de as Berlijn-Parijs is niet langer heilig.

De Duitse koerswijziging kent drie oorzaken:

1. Brexit: Toonde aan dat de spanningen tussen Europese integratie en nationale soevereiniteit voor sommige landen te groot zijn geworden.

2. Russische invasie van Oekraïne: Dwingt tot pijnlijke beslissingen en drijft een wig in de EU tussen de meerderheid en leiders zoals Viktor Orbán die liever hun eigen politieke weg nemen.

3. Terugkeer van Trump: De onvoorspelbaarheid van de VS dwingt Europa tot zelfredzaamheid. Merz’ snelle bezoek aan Kyiv vond plaats met de Franse president, de Britse premier en de Poolse premier — niet met de leiders van de EU-instellingen.

Steeds vaker vinden coördinatiebijeenkomsten plaats in E3-verband (Duitsland, Frankrijk, Verenigd Koninkrijk). Ironisch genoeg bekritiseerde Merz’ CDU/CSU zijn voorganger Scholz nog voor een dergelijk overleg — nu doet Merz hetzelfde, uit het besef dat na het wegvallen van de VS tenminste de drie militair en economisch sterkste Europese landen een gemeenschappelijke lijn moeten hebben.

De Duitse leiderschapsambitie is echter niet onomstreden. Binnen Europa groeit de zorg dat Berlijn te dominant wordt. En de vraag blijft of Duitsland, met zijn historische bagage, wel de geloofwaardigheid heeft om Europa te leiden in een tijd van oorlog en crisis.

Het project: Groot-Israël (de stille revolutie in het Midden-Oosten)

Terwijl de wereld let op Oekraïne en de Stille Oceaan, voltrekt zich in het Midden-Oosten een stille maar diepgaande verandering. Het project van Groot-Israël (Eretz Yisrael HaShlema) — de exclusieve Joodse soevereiniteit van de Middellandse Zee tot de Jordaan — is geen randverschijnsel meer, maar regeringsbeleid.

In februari 2026 keurde Israël een voorstel goed om grote delen van de bezette Westelijke Jordaanoever voor het eerst sinds het begin van de bezetting in 1967 te registreren als “staatseigendom”. Analisten beschrijven dit als de de facto annexatie van Palestijns grondgebied en een flagrante schending van het internationaal recht.

“We zetten de nederzettingsrevolutie voort om al ons land te controleren,” verklaarde de extreemrechtse minister van Financiën Bezalel Smotrich. Het besluit dient als de operationele arm van Smotrichs “Beslissende Plan” — een blauwdruk die critici omschrijven als een ultimatum van onderwerping, verdrijving of eliminatie.

Maar de ambities reiken verder dan de Westelijke Jordaanoever. Zowel regeringsleden als oppositieleiders beroepen zich op bijbelse grenzen.

De Amerikaanse ambassadeur Mike Huckabee veroorzaakte begin 2026 een diplomatieke crisis door in een interview te suggereren dat het “goed zou zijn” als Israël de hele regio van Egypte tot Irak controleerde. ot ieders verbazing onderschreef oppositieleider Yair Lapid (Yesh Atid) deze visie publiekelijk: “Onze eigendomstitel op het land is de Thora,” verklaarde Lapid, en hij pleitte voor grenzen die “zo wijd mogelijk” zijn.

Veertien landen, waaronder Turkije, Egypte, Jordanië, Saudië en de VAE, veroordeelden de uitspraken gezamenlijk als een onaanvaardbare provocatie die de regionale stabiliteit bedreigt . De Organisatie voor Islamitische Samenwerking, de Arabische Liga en de Samenwerkingsraad van de Golf sloten zich bij de veroordeling aan.

De internationale juridische positie is helder:

  • Het Internationaal Gerechtshof oordeelde in juli 2024 dat Israëls 57-jarige aanwezigheid in bezet Palestijns gebied “onrechtmatig” is.
  • De Vierde Geneefse Conventie verbiedt uitdrukkelijk het overbrengen van burgerbevolking naar bezet gebied.
  • VN-Veiligheidsraadresolutie 2334 bevestigde in 2016 dat nederzettingen “geen juridische geldigheid” hebben.

Politiek analist Xavier Abu Eid verwoordt het treffend: “Mensen moeten begrijpen dat dit niet slechts een stap is in de richting van annexatie. We maken annexatie mee, op dit moment, terwijl we spreken”.

De Palestijnse Autoriteit veroordeelde het annexatiebesluit als een “directe bedreiging voor de veiligheid en stabiliteit” die getekende akkoorden tenietdoet en in tegenspraak is met VN-resoluties. Hamas noemde het “een nietig besluit van een illegale bezettingsmacht”.

Voor de bredere thematiek van dit artikel is Groot-Israël geen regionaal bijzaakje, maar een essentiële factor. Het project:

  • Ondermijnt het internationaal recht en daarmee de regelsgebaseerde orde die het Westen zelf heeft opgebouwd.
  • Versterkt de anti-westerse sentimenten in het Globale Zuiden, waar men scherp ziet dat internationale veroordelingen zonder gevolgen blijven.
  • Creëert een nieuw machtsvacuüm waarin andere spelers (Rusland, China, Iran) hun invloed kunnen uitbreiden.

Terwijl de wereldorde verschuift, wordt het Midden-Oosten opnieuw hertekend — niet door grootmachten van buitenaf, maar door een regionale speler met een eeuwenoude claim en een modern leger.

De 500-Jaar Verschulving: Het Grote Patroon

De vier bovengenoemde krachten zijn geen losse fenomenen. Ze maken deel uit van een groter historisch patroon: de grote verschuiving die elke 500 jaar plaatsvindt.

Zoals ik in mijn eerdere artikel *’Leven we in de grote 500-jaar verschuiving?’* uiteenzette, kennen we dergelijke kantelpunten uit de geschiedenis:

  • Rond 500: De val van het West-Romeinse Rijk, het einde van de klassieke oudheid.
  • Rond 1000: Het uiteenvallen van het kalifaat van Córdoba, de opkomst van feodale koninkrijken in Europa.
  • Rond 1500: De val van Constantinopel (1453), de ontdekking van Amerika (1492), het einde van de Middeleeuwen.
  • Rond 2025: Nu.

Deze cycli worden ook door hedendaagse denkers herkend. De beroemde investeerder Ray Dalio schreef begin 2026 een veelbesproken analyse met de titel “2026, precies zoals 1936”. Dalio stelt dat we ons in de zesde fase van een grote cyclus bevinden: de fase van “grote wanorde”, waarin we terechtkomen in een periode zonder regels, waarin recht plaatsmaakt voor macht en grootmachten met elkaar in conflict zijn.

Dalio’s analyse wordt ondersteund door wat er in München gebeurde. Op de Veiligheidsconferentie van februari 2026 verklaarden meerdere wereldleiders het naoorlogse tijdperk voor gesloten. De Duitse kanselier Merz zei: “De decennialange wereldorde bestaat niet meer.” De Franse president Macron voegde daaraan toe dat Europa zich moet voorbereiden op oorlog. De Amerikaanse minister van Buitenlandse Zaken Rubio sprak van een “nieuw geopolitiek tijdperk”.

De essentie van Dalio’s betoog is grimmig: internationale betrekkingen volgen niet langer het internationaal recht, maar de wet van de jungle. Omdat er geen effectieve wetgevende, uitvoerende en rechterlijke macht bestaat op mondiaal niveau, zijn het de sterkste staten die de regels bepalen.

De conflicten tussen grootmachten kennen vijf domeinen:

  1. Handelsoorlogen: tarieven, importbeperkingen.
  2. Technologieoorlogen: wie deelt welke kennis?
  3. Geopolitieke oorlogen: strijd om grondgebied en bondgenoten.
  4. Kapitaaloorlogen: sancties, bevriezing van tegoeden.
  5. Militaire oorlogen: het ultieme machtsmiddel.

De geschiedenis leert dat de eerste vier oorlogsvormen vaak uiteindelijk escaleren naar de vijfde. De kans op militaire oorlog is het grootst wanneer twee partijen ongeveer even sterk zijn én onoverbrugbare meningsverschillen hebben die hen existentieel raken.

Toch is er ook een andere les: samenwerking die leidt tot win-win-situaties is oneindig veel lonender en minder pijnlijk dan oorlog. De uitdaging is of de huidige leiders in staat zullen zijn die weg te vinden.

Conclusie: Het einde van een tijdperk

Vijf krachten vormgeven samen het kantelpunt waarin we ons bevinden:

China rijst op als nieuwe hegemoon, met economische macht en technologische vooruitgang als voornaamste wapens. Het claimt geen hegemonie na te streven, maar zijn gedrag spreekt boekdelen.

De Verenigde Staten proberen krampachtig hun dominante positie te behouden, maar hun methoden worden grimmiger en isoleren hen verder van de rest van de wereld. De dollar verliest terrein, bondgenoten twijfelen, en het morele gezag brokkelt af.

Duitsland schuift naar voren als de nieuwe leider van Europa, gedwongen door het wegvallen van de Amerikaanse garantie en gedreven door een nieuwe kanselier die niet terugdeinst voor confrontatie met Parijs. Of Berlijn deze rol aankan, is nog niet beslist.

Groot-Israël hertekent het Midden-Oosten, niet door externe interventie maar door een regionale speler met een eeuwenoude claim. Het project ondermijnt het internationaal recht en versterkt de anti-westerse sentimenten in het Globale Zuiden.

En boven dit alles zweeft de 500-jaarlijkse cyclus, het historische patroon dat ons leert dat dergelijke kantelpunten niet toevallig zijn, maar onvermijdelijk. Zoals Dalio het verwoordt: “De interne en externe krachten die deze cycli aandrijven, verbeteren of verslechteren meestal tegelijkertijd. Wanneer de omstandigheden verslechteren, neemt de strijdbaarheid toe. Dat is menselijke natuur, en dat is de reden waarom we grote cycli hebben” .

De oude, door het Westen gedomineerde unipolaire orde schrijft inderdaad haar eigen einde. Niet door een complot, maar door een samenloop van externe opkomst, intern verval en de eeuwige cyclus van de geschiedenis waarin machtscentra verschuiven.

Het kantelpunt is bereikt. De vraag is niet langer of er een nieuwe wereldorde komt, maar hoe die eruit zal zien — en hoeveel pijn de geboorte ervan zal doen.