De parallel tussen 1933-1939 en de huidige geopolitieke spanningen

Inleiding

De geschiedenis herhaalt zich nooit exact, maar ze kent wel terugkerende patronen. Sinds het uitbreken van de oorlog in Oekraïne in 2022 wordt in steeds meer analyses een vergelijking gemaakt met de periode 1933-1939, de jaren die aan de Tweede Wereldoorlog voorafgingen. De vraag die centraal staat in deze vergelijking is niet of de geschiedenis zich herhaalt – dat doet ze nooit op identieke wijze – maar of de dynamiek van oplopende spanningen, eenzijdige acties en een verdeeld internationaal systeem vergelijkbare kenmerken vertoont. Dit essay onderzoekt die parallellen en verschillen, zonder een moreel oordeel te vellen over de betrokken actoren.


De historische periode 1933-1939: een beknopte schets

De jaren tussen 1933 en 1939 worden gekenmerkt door een progressieve escalatie van internationale spanningen, met als middelpunt de opkomst van een revisionistische grootmacht: Nazi-Duitsland.

  • 1933-1935: Adolf Hitler komt aan de macht en begint met een openlijke, eenzijdige herbewapening, in strijd met de bepalingen van het Verdrag van Versailles. Het Westen (Frankrijk, Groot-Brittannië) reageert verdeeld en afwachtend.
  • 1935-1936: Duitsland voert eenzijdige militaire acties uit, zoals de militarisering van het Rijnland. Het Westen protesteert, maar grijpt niet militair in. De agressor voelt zich gesterkt door deze passiviteit.
  • 1938: Duitsland lijft Oostenrijk in (Anschluss) en eist het Sudetenland van Tsjecho-Slowakije. In de Conferentie van München worden deze eisen ingewilligd door Frankrijk, Groot-Brittannië en Italië, in de hoop een grotere oorlog te voorkomen. Tsjecho-Slowakije wordt niet geraadpleegd.
  • 1939: Duitsland bezet de rest van Tsjecho-Slowakije. Het Westen trekt een grens bij Polen, waarna de Duitse inval op 1 september de Tweede Wereldoorlog ontketent.

Deze periode wordt in de geschiedschrijving vaak gekarakteriseerd als een mislukking van de internationale gemeenschap om een agressieve macht tijdig te stoppen. De les die eruit wordt getrokken is dat appeasement – het toegeven aan eisen om een groter conflict te voorkomen – averechts werkt en de agressor juist aanmoedigt.


De huidige situatie: een globale machtsverschuiving

De huidige geopolitieke spanningen worden gedomineerd door een aantal factoren:

  • De opkomst van revisionistische machten: Rusland, onder leiding van Vladimir Poetin, heeft eenzijdig de Krim geannexeerd (2014) en een grootschalige invasie van Oekraïne uitgevoerd (2022). Ook China wordt steeds vaker genoemd als een macht die de bestaande internationale orde wil herzien.
  • Een verdeeld Westen: De Verenigde Staten en Europa zijn het niet altijd eens over de aanpak van Rusland en China. De Amerikaanse terugtrekking uit Afghanistan (2021) en de politieke verdeeldheid in zowel de VS als de EU hebben de indruk gewekt dat het Westen niet langer een eensgezind blok vormt.
  • Herbewapening: Europa is, onder druk van de oorlog in Oekraïne, begonnen aan een massale herbewapening. Landen als Duitsland, Denemarken en Polen hebben hun defensie-uitgaven aanzienlijk verhoogd en dienstplichtsystemen hervormd.
  • Economische en energie-afhankelijkheden: Europa is kwetsbaar voor Russische energie-exporten en Chinees investeringen, wat de politieke keuzevrijheid beperkt.

De parallel: oplopende spanningen en een verdeeld Westen

Er zijn verschillende overeenkomsten tussen de periode 1933-1939 en de huidige situatie die de vergelijking rechtvaardigen.

1. De opkomst van revisionistische machten

Zowel Nazi-Duitsland als het huidige Rusland (en in toenemende mate China) worden gekarakteriseerd als revisionistische machten: staten die de bestaande internationale orde willen herzien. In beide gevallen gaat het om eenzijdige acties die in strijd zijn met het internationaal recht, zoals de inval in Polen (1939) en de annexatie van de Krim (2014). De motieven verschillen – ideologie bij Duitsland, veiligheidsbelangen en historische claims bij Rusland – maar het mechanisme van eenzijdige machtsuitoefening is vergelijkbaar.

2. Een verdeeld en afwachtend Westen

In de jaren ’30 waren Frankrijk en Groot-Brittannië verdeeld over de aanpak van Duitsland. Sommigen zagen Hitler als een buffer tegen het communisme, anderen wilden koste wat kost een nieuwe oorlog voorkomen. Vandaag de dag is het Westen eveneens verdeeld, zij het op een andere manier. De VS en Europa zijn het niet altijd eens over de mate van steun aan Oekraïne, de rol van China, en de toekomst van de NAVO. Landen als Hongarije en Slowakije hebben openlijk hun twijfels geuit over de steun aan Oekraïne, wat een parallel oproept met de verdeeldheid in het Westen in de jaren ’30.

3. Herbewapening als reactie

Zowel in de jaren ’30 als nu volgt op een periode van relatieve ontspanning een fase van massale herbewapening. Nazi-Duitsland herbewapende zich openlijk na 1935, en het Westen volgde met enige vertraging. Vandaag de dag is Europa, mede onder druk van de oorlog in Oekraïne, begonnen aan een van de grootste herbewapeningsprogramma’s sinds de Koude Oorlog. Het plan ‘ReArm Europe’ van de EU is hier een voorbeeld van.

4. De vrees voor appeasement

De grootste angst die in veel westerse analyses wordt geuit, is dat de huidige situatie leidt tot een nieuw ‘München-moment’: een diplomatieke offerande aan een agressor om een groter conflict te voorkomen. De vergelijking met 1938 wordt met name gemaakt wanneer er wordt gesproken over onderhandelingen over Oekraïens grondgebied zonder Oekraïne aan tafel. De les van München – dat appeasement averechts werkt – is diepgeworteld in het westerse denken.


De verschillen: een fundamenteel andere context

Ondanks de parallellen zijn er ook fundamentele verschillen die de vergelijking relativeren.

1. De motieven van de agressoren

Nazi-Duitsland was ideologisch gedreven door een expansiedrang die gericht was op het veroveren van Lebensraum (levensruimte) in het oosten en het uitroeien van bevolkingsgroepen. De Russische invasie van Oekraïne wordt door Rusland zelf gemotiveerd als een veiligheidskwestie (NAVO-uitbreiding) en een historische claim op Oekraïens grondgebied. Hoewel deze motieven door het Westen worden betwist, zijn ze van een andere orde dan de ideologische drijfveren van Nazi-Duitsland. China, de andere opkomende macht, is eveneens niet ideologisch expansionistisch, maar streeft naar economische en technologische dominantie.

2. De rol van de Verenigde Staten

In de jaren ’30 was de VS isolationistisch en speelde het geen actieve rol in de Europese veiligheid. Vandaag de dag is de VS de belangrijkste veiligheidsgarant voor Europa, zij het met een afnemend enthousiasme. De Amerikaanse aanwezigheid in Europa is nog steeds substantieel, en de NAVO is een institutioneel kader dat in de jaren ’30 niet bestond.

3. De nucleaire drempel

Een cruciaal verschil is de aanwezigheid van kernwapens. In de jaren ’30 kon een grootmacht een conventionele oorlog beginnen zonder een onmiddellijk catastrofaal risico. Vandaag de dag is een direct militair conflict tussen kernmachten (zoals de VS, Rusland en China) een risico dat de drempel voor oorlog aanzienlijk verhoogt. Dit maakt een herhaling van 1939 in dezelfde vorm uiterst onwaarschijnlijk.

4. De economische verwevenheid

De wereldeconomie is vandaag de dag veel sterker verweven dan in de jaren ’30. Landen als Duitsland, Rusland en China hebben diepe economische banden, wat de kosten van een conflict verhoogt en de mogelijkheid van een totale economische ontkoppeling beperkt.


De huidige fase: Waar zitten we nu?

Als we de parallellen en verschillen afwegen, kunnen we een inschatting maken van de huidige fase in de escalatieladder.

  • Niet in 1933: We zijn niet aan het begin van een langzame escalatie. De oorlog in Oekraïne is al drie jaar aan de gang, en de herbewapening is al in een vergevorderd stadium.
  • Niet in 1938: Er heeft nog geen ‘München-conferentie’ plaatsgevonden waarin een soeverein land wordt opgeofferd. Oekraïne wordt nog steeds actief gesteund door het Westen, en er is geen formele appeasement-politiek.
  • Dichtbij 1935-1936: De huidige situatie vertoont de meeste overeenkomsten met de periode 1935-1936, waarin eenzijdige acties werden ondernomen (Rijnland, Krim), het Westen protesteerde maar niet militair ingreep, en de herbewapening in een stroomversnelling raakte.

De komende jaren zullen uitwijzen of de spanningen verder escaleren naar een situatie die meer op 1938 lijkt (een diplomatieke offerande), of dat een directe confrontatie wordt vermeden door een combinatie van afschrikking en diplomatie.


Conclusie: een waarschuwend, maar niet exact, spoor

De vergelijking tussen de huidige geopolitieke situatie en de periode 1933-1939 is nuttig als analytisch instrument, maar ze is geen exacte voorspelling. De parallellen – een revisionistische macht, een verdeeld Westen, een oplopende herbewapening – zijn onmiskenbaar. De verschillen – kernwapens, economische verwevenheid, de rol van de VS – zijn echter eveneens cruciaal.

De geschiedenis waarschuwt dat passiviteit en appeasement een agressor kunnen aanmoedigen. Maar de geschiedenis biedt geen blauwdruk voor het heden. De vraag of we naar een nieuwe 1938 of 1939 afstevenen, hangt niet alleen af van de acties van Rusland, China, de VS of Europa, maar ook van de bereidheid van alle partijen om te onderhandelen, af te schrikken en, indien nodig, stand te houden zonder de nucleaire drempel te overschrijden.

De grootste les van 1933-1939 is misschien niet dat oorlog onvermijdelijk is, maar dat verdeeldheid en aarzeling een agressor uitnodigen om verder te gaan. Of die les vandaag de dag wordt toegepast, zal de komende jaren bepalen of de geschiedenis zich herhaalt – of dat er een nieuw pad wordt gekozen.