Het officiële verhaal van de Europese Unie is er een van verzoening en democratische samenwerking: een antwoord op de verschrikkingen van de Tweede Wereldoorlog, geïnitieerd door visionairen als Robert Schuman en Jean Monnet. Maar wat als dit verhaal incompleet is? Wat als een invloedrijke groep met een duister oorlogsverleden actief meeschreef aan de fundamenten van het moderne Europa?
Walter Hallstein – van nazi-jurist tot eerste EU-president
De meest prominente figuur in deze controverse is zonder twijfel Walter Hallstein (1901-1982), de eerste voorzitter van de Europese Commissie van 1958 tot 1967. Hallstein werkte tijdens het nazi-regime als jurist aan universiteiten in Rostock en Frankfurt. Hij was lid van verschillende nazi-organisaties, waaronder de NS-Rechtswahrerbund en de NS-Dozentenbund. In 1941 publiceerde hij een juridisch artikel waarin hij pleitte voor een “Groot-Duits Europees rechtssysteem” onder Duitse hegemonie. Na de oorlog werd Hallstein een vertrouweling van kanselier Konrad Adenauer. Hij was architect van het Hallstein-doctrine* (1955), dat West-Duitslands alleenrecht op internationale vertegenwoordiging claimde. Als voorzitter van de EEG-Commissie stond hij bekend als “Mister Europa” en pleitte hij voor steeds sterkere supranationale instituties.
*De Hallstein-doctrine was een agressief en uiteindelijk onhoudbaar beleid om de Duitse deling te beheren, ontworpen door een van dezelfde juridische geesten (Hallstein) die later het fundament van de Europese Gemeenschap zou helpen ontwerpen.
Hans Globke – de schaduwarchitect
Minder zichtbaar maar volgens historici mogelijk invloedrijker was Hans Globke (1898-1973), de rechterhand van Adenauer en hoofd van het Bundeskanzleramt. Globke was mede-auteur van de officiële juridische commentaar op de Neurenberger Rassenwetten* (1935). Hij werkte aan de administratieve uitvoering van antisemitische wetgeving. Hij speelde een cruciale rol achter de schermen bij de onderhandelingen over het Verdrag van Rome (1957). Hij stond bekend als de “architect van het herstel” van Duitslands internationale positie. Zijn netwerk verbond de Adenauer-regering met zowel Amerikaanse inlichtingendiensten als voormalige nazi-netwerken.
*De Neurenberger Rassenwetten (Duits: Nürnberger Rassengesetze) waren een reeks antisemitische wetten die op 15 september 1935 werden afgekondigd tijdens een bijeenkomst van de Rijksdag in Neurenberg, op het jaarlijkse NSDAP-partijcongres. Deze wetten vormden de juridische hoeksteen van de systematische vervolging van Joden in nazi-Duitsland en creëerden een wettelijk kader voor hun uitsluiting uit de samenleving.
Kurt Georg Kiesinger (CDU) – van propagandist naar pro-Europese leider
Hij was lid van de NSDAP vanaf 1933 en werkte tijdens de oorlog in het ministerie van Buitenlandse Zaken van het Derde Rijk op de radio-propaganda-afdeling. Na de oorlog werd hij de bondskanselier van de Grote Coalitie (1966-1969) en een belangrijke atlantische en pro-Europese leider. Hij zette zich in voor de voltooiing van de douane-unie en verdieping van de Europese Gemeenschappen. Zijn verleden illustreert hoe carrièremakers uit het nazi-tijdperk na de oorlog leidende posities konden bekleden en het democratische, pro-westerse Duitsland (en daarmee Europa) vormgaven. Hij symboliseert de continuïteit van elites.
Carl Friedrich Ophüls – jurist en diplomaat
Hij was een zeer ervaren jurist die ook tijdens het Derde Rijk een succesvolle carrière als rechter en in het ministerie van Justitie had. Hij was lid van de NSDAP en van nationaal-socialistische juristenverenigingen. Hij handelde als hoofdonderhandelaar voor de Bondsrepubliek van cruciaal belang bij de onderhandelingen over de Verdragen van Rome (1957). Hij wordt beschouwd als een van de belangrijkste juridische architecten van de EEG. Net als Hallstein toont hij de directe lijn van juridische expertise uit de nazi-tijd naar de vormgeving van het nieuwe Europa.
Hermann Josef Abs – bankier
Hij was hoofd van de afdeling Buitenland van de Deutsche Bank tijdens het Derde Rijk. Hij was betrokken bij de financiering van de Duitse oorlogsindustrie en bij “ariseringstransacties”. Na de oorlog korte tijd geïnterneerd, maar nooit veroordeeld. Je kunt hem beschouwen als de meest invloedrijke Duitse bankier van het Wirtschaftswunder. Hij was nauw betrokken bij de onderhandelingen over de Duitse herstelbetalingen (Londense Schuldenakkoord, 1953), die de weg vrijmaakten voor Duitse economische herbewapening en integratie in het Westen. Als financier en vertrouweling van Adenauer hielp hij het economische fundament van de Bondsrepubliek – en daarmee van haar Europese partnerschap – te leggen. Hij staat voor de continuïteit van economische macht.
Ernst Jünger – schrijver en intellectueel
Nationalistische en conservatieve-revolutionaire schrijver. Hoewel geen nazi in de partijpolitieke zin, waren zijn vroege werken (zoals Der Arbeiter, 1932) antiburgerlijk, autoritair en droegen ze bij aan het klimaat dat het nazisme mogelijk maakte. Hij bleef tot 1944 officier in de Wehrmacht. Jünger ontwikkelde na 1945 een invloedrijk conservatief, elitair en cultureel Europa-ideaal, dat zich afzette tegen zowel het Amerikaanse materialisme als de Sovjet-tirannie. Zijn ideeën over een “wereldstaat” gebaseerd op techniek en een nieuw aristocratisch ethos vonden weerklank in rechtse intellectuele kringen en voedden een eurosceptische kritiek op het “vlakke” liberale en bureaucratische Europa. Hij vertegenwoordigt een conservatief-culturele, niet-technocratische Europese traditie.
Franz Josef Strauß – drijvende kracht achter het EMS
Hij was als een jonge man lid van de SA (1939). Na de oorlog werd hij, als protégé van Adenauer, een van de machtigste conservatieve politici van de Bondsrepubliek. Als minister van Defensie en vooral als langdurig minister-president van Beieren was hij een cruciale Europese speler. Hij was een vroege pleitbezorger van een sterker, politiek zelfstandig Europa op het wereldtoneel. Hij was mede-architect van de Europese Politieke Samenwerking en een drijvende kracht achter het Europees Monetair Stelsel (EMS), de voorloper van de euro. Hij belichaamt de harde, geopolitieke en soms nationalistisch getinte stroming binnen het Duitse pro-Europese denken.
Conclusie
De geschiedenis van deze zeven Duitsers leert dat de EU niet uit het niets kwam, maar gebouwd werd door dezelfde natie die Europa net vernietigd had, met behulp van dezelfde menselijke en institutionele bouwstenen.





