De paradox van Europa –militarisatie en de-industrialisatie
Europa bevindt zich in een paradoxale spagaat. Terwijl de politieke elite in Brussel en Berlijn koerst op een ongekende militarisatie – het ReArm Europe-plan van €800 miljard, NAVO-doelen van 3,5% tot 5% van het BBP – stort de industriële basis van het continent in elkaar. De auto-industrie, ooit de trots en de motor van de Europese economie, bloedt. Volkswagen overweegt 100.000 banen te schrappen en vier fabrieken te sluiten. Mercedes en Porsche zien hun winsten met tientallen procenten kelderen. En terwijl de fabrieken leeglopen, zet de politiek in op een transformatie van de auto-industrie naar de wapenindustrie – een transformatie die door critici wordt omschreven als een poging om twee vliegen in één klap te slaan: veiligheid en economische redding.
Maar de vraag is of deze strategie werkt. Een recente analyse van de New York Times stelt dat Europa’s militarisatiepoging, die lijdt onder problemen van zowel schaal als efficiëntie, waarschijnlijk niet op haar eigen voorwaarden zal werken. Het draagt een groter gevaar dan mislukking: door zich op defensie te concentreren ten koste van al het andere, riskeert het de Europese Unie niet vooruit, maar achteruit te brengen .
De paradox is zichtbaar in de transformatie van de Audi-fabriek in Brussel. Het gebouw, ooit het symbool van de Europese welvaart en industriële kracht, staat nu leeg. Het plan is om er een wapenfabriek van te maken – een symbolische verschuiving van een civiele naar een militaire economie.
Dit deel onderzoekt de paradox van Europa: de drang naar militarisatie op een moment van desindustrialisatie, en de vraag of deze strategie de gewenste resultaten zal opleveren – of dat het een historische vergissing zal blijken.
De desindustrialisatie
De Duitse industrie, de motor van de Europese economie, is in een vrije val. De cijfers spreken voor zich. Een derde van de Duitse bedrijven stelt investeringen uit vanwege hoge energiekosten. In de industrie is dat 35%. Bijna 40% van de bedrijven overweegt zijn activiteiten in Duitsland te beëindigen of heeft dat al gedaan – in de industrie is dat 40%, en bij grote industriële bedrijven 60% . De Duitse Kamer van Koophandel (DIHK) waarschuwt dat het risico van sluipende de-industrialisatie toeneemt .
Tegelijkertijd is de Duitse auto-industrie in een existentiële crisis. Volkswagen, met bijna 630.000 werknemers, is “opgeblazen” en te traag, aldus CEO Oliver Blume . Het bedrijf is te langzaam geweest in de overgang naar elektrische voertuigen, terwijl Chinese concurrenten terrein wonnen. Volkswagen overweegt nu de grootste herstructurering in zijn geschiedenis . De fabrieken in Emden, Zwickau, Hannover en Neckarsulm worden bedreigd met sluiting .
De oorzaken van deze crisis zijn structureel:
- Hoge energiekosten: De afschaffing van Russisch gas heeft de Duitse industrie getroffen. De Russische energie was de basis van de Duitse industrie; zonder die energie is er geen Duitse industrie .
- Chinese concurrentie: Chinese EV-fabrikanten hebben de Europese markt overspoeld. BYD heeft Volkswagen in 2024 ingehaald als de grootste autofabrikant in China. Volkswagen is nu gezakt naar de derde plaats .
- Handelsconflicten: Amerikaanse tarieven en geopolitieke spanningen verhogen de kosten en verminderen de voorspelbaarheid .
- Stijgende kosten: De arbeidskosten in Duitsland zijn hoog. Mercedes-Benz CEO Ola Källenius sprak van een kostenkloof van 70% tussen de Hongaarse en Duitse activiteiten .
De militarisatie
Tegelijkertijd met de desindustrialisatie is Europa in een stroomversnelling van militarisatie geraakt. Het ReArm Europe-plan van de Europese Commissie beoogt €800 miljard aan extra defensie-uitgaven te mobiliseren . De NAVO heeft het doel verhoogd naar 3,5% tot 5% van het BBP . De Duitse defensie-uitgaven stijgen van 2,8% naar 3,5% van het BBP in 2029 . Duitse bedrijven zoals Rheinmetall, Deutz en Schaeffler schakelen over van auto-onderdelen naar militaire productie: drones, pantservoertuigen, raketonderdelen, en motoren voor militaire systemen . Volkswagen onderhandelt over de productie van componenten voor het Israëlische Iron Dome-systeem . Er wordt gesproken over de productie van Patriot-interceptoren in Duitsland, en bijna 90% van het Europese durfkapitaal voor defensietechnologie gaat naar Duitse bedrijven .
De paradox
De paradox is dat Europa zijn industrie wil redden door te militariseren, maar dat deze strategie waarschijnlijk niet zal werken. De kritiek is dat de militarisatie van de economie de desindustrialisatie niet zal stoppen . Een grootschalige militaire industrialisatie stuit op schaalproblemen, inefficiëntie, en de weerstand van de bevolking. De defensie-industrie is veel kleiner dan de auto-industrie, en kan de weggevallen werkgelegenheid niet compenseren . Er is een gebrek aan coördinatie tussen Europese landen, wat leidt tot doublures en inefficiëntie . Geen enkel Europees bedrijf staat in de top 10 van defensiebedrijven naar omzet .
Daarnaast zijn er sociale en politieke kosten. De militarisatie gaat ten koste van sociale uitgaven. In België stelt de minister van Defensie Theo Francken voor om te bezuinigen op de sociale zekerheid om de militaire uitgaven te financieren . In Duitsland is er discussie over het beperken van sociale rechten en het verlengen van de werktijd in sectoren die te maken hebben met militarisatie . De hoge kosten van militarisatie dreigen een “oorlog tegen de arbeidersklasse” te worden .
Conclusie
De paradox van Europa – militarisatie op een moment van desindustrialisatie – is een van de meest fundamentele tegenstrijdigheden van het huidige tijdperk. Europa probeert zijn industrie te redden door over te schakelen op de productie van wapens, maar deze strategie is waarschijnlijk onhoudbaar. De kosten van militarisatie zijn hoog, de schaal is te klein, en de sociale en politieke kosten zijn aanzienlijk.
De transformatie van de Audi-fabriek in Brussel – van het symboliseren van Europese welvaart naar het symboliseren van Europese oorlogsvoorbereiding – is een teken van de tijd. De vraag is of Europa deze paradox kan overwinnen, of dat het ten onder gaat aan zijn eigen tegenstrijdigheden.




